2015-2016
– Vergelijk en beschrijf anemie en polycythemie Vera
– Vergelijk en beschrijf en geef voorbeelden van nociceptieve pijn en neuropathische pijn
– Bespreek syncope
– Bespreek de verworven stoornissen bij hemostase
– Vergelijk chronisch en acuut nierlijden
– Hoe ontstaat gerefereerde pijn en geef een voorbeeld
– Vergelijk osteoporose met osteomalacie
– bespreek hypo en hypernatriemie
– bespreek het verschil en de gelijkenis in pathogenese en behandeling van koorts en hyperthermie
-bespreek primaire homestase en tandheelkundige implicaties
-chronisch nierlijden
-bespreek en vergelijk metabole acidose en respiratoire acidose
-secundaire hemostase + tandheelkundige implicaties
Stellingen
-Positief testen op een zeer specifieke test bevestigt de ziekte
-In een gebied met een lage prevalentie is een positieve preditieve waarde lager dan in een gebied met een hogere prevalentie.
-Astma is een restrictief longlijden.
-Door inname van paracetamol en NSAID krijg je hypothermie door een verlaging van de temperatuur-setpoint.
-De hayflick-limiet bepaalt de maximale lifespan.
-De zwelling bij de onstekingsreactie ontstaat door stijging van de oncotische druk door uitvloei van vocht met proteïnen.
-Stap 2 en stap 3 van de WHO-pijnladder kan je best combineren.
-Sommige anti-depressiva kun je ook gebruiken bij zeurende pijnen.
-Tachypnoe veroorzaakt altijd respiratoire alkalose.
-Een pH van 7,21 en een concentratie HCO3- van 14 mmol/l wijst op een metabole acidose.
-Osteoporose is minder bot met een relatief normale botmineralisatie.
-Een arts wil beginnen met een denosumab en vraagt tandheelkundig nazicht. Je wilt een tand trekken en de arts stelt voor om snel met denosumab te beginnen zodat je later die week de tand kan trekken. Als tandarts ga je akkoord.
-Diabetes en hypertensie zijn een kenmerk van acuut nierlijden.
-Sikkelanemie is een contraindicatie voor preventieve tandheelkundige zorg.
-Een patient komt bij jou met klachten van orale ulcera. Zijn volgende afspraak is bij de oogarts voor uveïtis. Jij herkent de symptomen en denkt meteen aan m. Bechterew.
-Bij een hypernatremie is uitscheiding van ADH door de neurohypofyse een gepaste reactie.
-Als je de patiënt aanraakt aan zijn kaak dan trekken alle spieren aan die kant samen. Je herkent het teken van chvostek en denkt meteen aan hypokaliemie.

2014
Hoofdvragen
– metabole en respiratoire acidose
– neurotische pijn vs nociceptieve pijn + hoe gerefereerde pijn en geef een voorbeeld
– acute ontstekingsreactie en hoe geregeld (dus die mediatoren enzo)
– bespreek en vergelijk osteomalacie osteoporose
– Overdracht en evolutie HIV
– Bespreek anemie

-Bespreek chronisch nierlijden
-Bespreek adhv een voorbeeld de verschillen tussen koorts en hyperthermie qua pathogenese en behandeling
Stellingen

-Ph 7,2 en HCO3 14 mmol per l wijst op metabole acidose
-Osteopore betekent normale botmassa en verminderde mineralisatie
-Een test heeft een hogere positieve predictieve waarde in een populatie met hoge prevalentie dan in populatie met lage prevalentie
-Met een test met een hoge specificiteit kun je bij een positief resultaat de ziekte bevestigen
-acute tubulinecrose is hoofdoorzaak van chronisch nierlijden. 
-Tachypnoe leidt altijd tot respiratoire alkalose.
-Hayflick limiet bepaalt levensduur tumorcellen.
-Bij nierlijden stijgt eGFR
-kalium concentratie van 2,8 veroorzaakt hyperpolarisatie, 
-met INR van 2,2 een week voor de tandextractie, de extractie gaat door, progeroiedesyndroom is de verklaring voor veroudering, 
-adpkd bij acute nierinsufficientie

SCHRIJVERS Positief testen op een zeer specifieke test bevestigt de ziekte.
In een gebied met een lage prevalentie is een positieve preditieve waarde lager dan in een gebied met een hogere prevalentie.
Astma is een restrictief longlijden.
Door inname van paracetamol en NSAID krijg je hypothermie door een verlaging van de temperatuur-setpoint.
De hayflick-limiet bepaalt de maximale lifespan.
De zwelling bij de onstekingsreactie ontstaat door stijging van de oncotische druk door uitvloei van vocht met proteïnen.
Stap 2 en stap 3 van de WHO-pijnladder kan je best combineren..
Sommige anti-depressiva kun je ook gebruiken bij zeurende pijnen.
MEIJERS Tachypnoe veroorzaakt altijd respiratoire alkalose.
Een pH van 7,21 en een concentratie HCO3- van 14 mmol/l wijst op een metabole acidose.
Osteoporose is minder bot met een relatief normale botmineralisatie.
Een arts wil beginnen met een denosumab en vraagt tandheelkundig nazicht. Je wilt een tand trekken en de arts stelt voor om snel met denosumab te beginnen zodat je later die week de tand kan trekken. Als tandarts ga je akkoord.
Diabetes en hypertensie zijn een kenmerk van acuut nierlijden.
Sikkelanemie is een contraindicatie voor preventieve tandheelkundige zorg.
Een patient komt bij jou met klachten van orale ulcera. Zijn volgende afspraak is bij de oogarts voor uveïtis. Jij herkent de symptomen en denkt meteen aan m. Bechterew. Bij een hypernatremie is uitscheiding van ADH door de neurohypofyse een gepaste reactie.
Als je de patiënt aanraakt aan zijn kaak dan trekken alle spieren aan die kant samen. Je herkent het teken van chvostek en denkt meteen aan hypokaliemie.
Meijers: bespreek hypo en hypernatriemie (voor iedereen anders blijkbaar) + 10 stellingen
Schrijvers: bespreek het verschil en de gelijkenis in pathogenese en behandeling van koorts en hyperthermie + 10 stellingen

2014

– Wat zijn de gevolgen van hypoxie en hypocapnie? Bespreek ook het klinisch verloop van respiratoire insufficientie
– Bespreek de pathogenese van koorts (hij vroeg hier extra aan mij, je vindt E. Coli in urine of Pneumococceninfectie is aanwezig, bespreek volledig tot het ontstaan van koorts)
– Wat weet je over mucoviscidose?
– Wat zijn de metabole veranderingen bij stress?
– Bespreek astma
– Bespreek complement
– Bespreek thrombose
– bespreek bindweefselziekten

bijvragen:
Verschil Astma en COPD,hoe COPD behandelen (was blijkbaar stoppen met roken, sinds wanneer is dat een “behandeling” ma swat)
Gemiddelde leeftijdsverwachting Mucopatiënt
Fotocollectie van een patiënt met duidelijke symptomen -> ziekte was Scleroderma

– reumatoïde arthritis
– bacteriele endocarditis + profylaxe
– bloedonderzoek bij de nier
– anafylactische shock
– wat is verreist bij bloedstolling? + vele bijvragen over een 85-jarige patiënt met coumarines en tandartsbezoek en zo
– bespreek de vormen van acute nierinsufficiëntie
– bespreek syncope
– classificaite van anemie + bespreek ferriprieve anemie
+ afbeelding van chromosomen, pijltjes bij chromosoom 22 en 9

– Soorten COPD? Welke ontstekingsreactie? Behandeling
– Bespreek kaliumhomeostase
– Wat zijn de klinische symptomen van shock
– Wat zijn acuut fase eiwitten? Welke wordt klinisch gemeten?
– geef de verschillende soorten statische testen in de medische diagnostiek en leg uit adhv een voorbeeld (dus sensitiviteit en specificiteit uitleggen,

bijvraag was: belang van PPW en NPW -> belang prevalentie)
oorzaken, fysiopathologie en behandeling longembolie
verschil tussen koorts en hyperthermie
hoe wordt pH geregeld in lichaam
+foto van medullaire bottrabekels, aangetast door osteoporose, wat bijvragen daarrond.

– Wat zijn cytokines? Wat is hun functie?
– Bespreek de oorzaken en behandeling van hyperkaliëmie
– Hoe werken antipyrretica?
– bespreek de neurofysiologie en neuroanatomie van pijn.

Bijvragen: Waar staat NO voor, wat zijn de effecten? Waarom worden inwoners van Okinawa ouder? Wat moet een test om een ziekte uit te sluiten zijn?

– Bespreek veralgemeende ontstekingsreactie
– Is koorts nadelig of nuttig? Leg uit
– Bespreek de kaliumhomeostase
– Bespreek osteoporose

– Bespreek de calciumhomeostase.
– Behandeling van koorts.
– Morfologie van de lokale ontstekingsreactie.
– Lymfoom: symptomen, diagnose en behandeling

Bijvragen: ziekte van Behcet, osteoporose, …

– Hormonale veranderingen tijdens een stress reactie.
– Wat weet je over opioïden?
– Welke parameter moet hoog zijn om een ziekte uit te sluiten?
– Oorzaken, symptomen en behandeling hypercalciemie.

1. Bespreek osteoporose
2. Bespreek de kaliumhomeostase in ons lichaam
3. Bespreek de veralgemeende ontstekingsreactie
4. Is koorts nuttig?

Bijvragen:wat weet je van mucoviscidose waarom zijn telomeren belangrijk, bij welke hypothese leunt dit aan, is dit de belangrijkste hypothese?

2013

– Behandeling van pijn
– Medisch diagnostisch proces + klinisch voorbeeld
– Ziekte van Bechterew
– Hyponatriëmie

1)aangezichtspijnen (veel bijvragen over medicatie etc).
2)anemie + ferriprieve anemie in detail.
3)acute nierinsufficientie
4)syncope

1) hormonenverandering bij stress
2) leukemie, zijn vormen en implicaties voor tandarts
3) verschillende vormen van shock
4) wind-up fenomeen

1: ontstaan van pijn.
2: Hiv, transmissie, natuurlijke evolutie & behandeling.
3: geef schematisch de verschillende oorzaken van bloedingen.
4:…

-rol v complement bij ontsteking
-Astma
-Wat weet je van bindweefselziekten
-Bespreek trombose, inclusief behandeling

1. Bespreek theorien van veroudering
2. Bespreek oorzaken, fysiopathologie en behandeling van chronische nierinsufficientie
3. Bespreek hypocalcemie
4. Bespreek de fysiologie van het botweefsel.
Bijvragen: Een student uit Leuven en een vrouw uit Kameroen, beide positieve test voor HIV, hebben beide HIV? Wat zijn de 4 H’s bij HIV (homo’s, haitianen, heroine en hemofilie) Iemand met de ziekte van Bechterew, wat is de implicatie voor de tandarts (bamboerug). Arteritis temporalis: welk medicijn en wat voor implicatie.

1) osteoporose
2) verschil astma & COPD
3) veralgemeende ontstekingsreactie
4) koorts nuttig of nadelig?

1 alle oorzaken van bloedingen,
2 nieronderzoeken
3 transmissie, verloop en behandeling van hiv
4 hoe ontstaat pijn

1) osteoporose
2) morfologie lokale ontstekingsreactie
3) acute nierinsufficiëntie
4) behandeling van koorts

2011

hoofdvragen :

-bespreek de stollingscascade
-wat zijn de 6 hoofdfuncties van de nier
-neurofysio van pijngeleiding
-wat is syncope + oorzaken
-chemische mediatoren van de ontstekingsreactie
-hyperkalimie
-antipyrretische middelen
-neuroanatomie en neurofysiologie van pijn

kleine vragen:

-triade van virchow, welke leukemie komt het meest voor bij kinderen?
-renale osteodystrofie en Kussmaul ademen
-myelodysplasie
-diapedese
-anafylactische shock: corticoiden geven?
– MODS

Hierbij komen dan nog wat random kleine bijvraagjes over heel de cursus.

2009

Grote vragen:
SIRS=systemic inflammatory response syndrome
behandeling van koorts?
acute nierinsufficientie
osteoporose
Kleine vragen;
wat zegt de Hay-Flick hypothese
Serotoninesyndroom
polycythemie
Calciumhomeostase

BIGGIEZZz
hoofd- & aangezichtspijn
schema classificatie anemie & bespreek ferriprieve anemie
syncope
proteinurie
SMALLZZZ
ziekte Paget
nut eiwitafbraak bij stress en ontsteking
hypothermie
KST

2008

4 Grote vragen
-syncope
-Proteïnurie
-hoe verouderen we
-classificatie van anemie en bespreek ferriprieve anemie
4 kleine vragen
-ARDS
-Ziekte van Paget
-Kernspintomografie
-Rol van eiwitten bij stress en ontsteking

grote vragen
bespreek de morfologie van de lokale ontsteking
koortsbehandeling
accuut nierfalen
nog iets..
kleine vragen:
polycytemie
osteoporose
calciumhemostase

Grote Vragen:
*morfologie van de locale ontsteking
*hoe behandelen we koorts?
*acuut nierfalen
*osteoporose
Kleine Vragen
* serotoninesyndroom
*calciumhemostase
*polycythemie
*belang van het complement

Grote vragen
* klinische effecten van de mediatoren van de ontstekingsreactie
* Astma
* Thrombose
* bindweefselziekten
Kleine vragen
* ziekte van Kahler
* neuropathische pijn
* positieve predictieve waarde
* Verschil tussen HIV en AIDS

Grote vragen:
– hoe ontstaat pijn?
– beschrijf schematisch de verschillende oorzaken van bloedingen
– welke buffers hebben we om onze pH op peil te houden?
– transmissie van HIV, preventie en behandeling
Kleine vragen:
– wat is de likehood ratio van een test?
– oorzaken van koorts
– respiratoire acidose
– jicht

2015-2016
– V/O doorsnede bij gingivitis (info over alle cellen, epithelen, vezels, innervatie, bloedvaten…)
– Initiele en secundaire mobiliteit: schema, technieken
– V/O doorsnede gezond parodontium
– V/O doorsnede bij parodontitis 
– Bespreek de mobiliteit van de tanden en kan trauma parodontitis versnellen?
– Kleine vraagjes had ik al zien passeren
– Mallasez cellen, welke pathologie kunnen ze veroorzaken?
-Triade van parodontitis en klinische implicaties
– Experimenteel gingivitis model en sulcus bleeding index (gingivitis index – plaqueindex onderzoek grafiek, hoe het in zijn werk ging, wat de gingivitis index is , hoe je deze onderzoekt, de sulcusbloedingsscores, welke elementen je onderzoekt, en wat de 2 punten van besluit waren van gingivitismodel)
Stellingen
– Mobiliteit is steeds een cofactor voor parodontitis
– De grens tussen vrije en aangehachte gingiva is de gingivale grens
– Iets “A…” is een goede anaerobe voedingsbodem
– Met papiertip neem je een staal van de gehechte subgingivale flora
– Treponema denticola speelt een belangrijke rol bij agressieve parodontitis
– Bij hevige bloeding en sterke zwelling heb je een Sulcus Bleeding Index van 3
– Bij horizontale krachten van 1 tot 10 gram heb je een uitwijking van de kroon van 1 mm
– In het primaire minimum is de hechting reversibel
– T. Denticola bij juveniele parodontitis 
– 1-10 gr geeft 1 mm uitwijking
– Rtf bodem specifiek voor aërobe bacteriën 
– primaire minimum reversibele hechting
– bij syndesmotomie probeert men zo mogelijk longitudinale vezels door te snijden 
– papierstaal geeft zwemmende flora 
– gingivitis is reversibel
– Bij een furcatie graad III is het bot door en door open
– Palataal neemt de gingivabreedte toe van de snijtanden naar de molaren (zoiets)
– Bij de nieuwe implantaten gaat de mechanische stabiliteit trager over in de biologische stabiliteit – De alveolaire mucosa is gestippeld door fusie van de retelijsten
– De vorm van de col is afhankelijk van de hoogte van het contactpunt
-1x poetsen om de twee dagen is voldoende voor het behoud van een gezond parodontium

2014
– vo bij gingivitis met alle erbij.
– functie retelijsten thv oraal epitheel
– Experimenteel gingivitismodel + sulcus bleeding index
– 2 voorbeelden niet-plaque gerelateerde gingivitis en soms treedt pijn op bij gingivitis, wanneer?

1) VO doorsnede doorheen het midden van de tand bij een gezonde situatie
– 3 verschillende epithelen in de gingiva bespreken en dat van de mucosa(type en differentiatie enz.) 
– vezels benoemen en aanduiden gingivaal en sharpey
– welke soorten cement zijn er, beschrijf en duidt aan 
– zo een pijltje doorheen de lamina cribrosa naar vestibulair en benoemen wat je allemaal tegenkomt in het bot
– apart tekeningetje van de vascularisatie maken en benoemen
– welke cellen in parodontaal ligament en de voordelen/nadelen hiervan
– bespreek innervatie in de peri radiculaire ruimte
– bijvraag: waarom zitten er in de epitheliale aanhechting wel retelijsten bij gingivitis terwijl dit niet zo is bij een gezonde gingiva?
2) bespreek ITM en STM, teken de curve en hoe meet men dit klinisch? bespreek de indices van tandmobiliteit (staat letterlijk graad 0, 1,2 en 3: ge moet er dat gewoon achter schrijven), hoe meet men klinisch de mobiliteit van implantaten en geef de waarden 
bijvraag: wat zijn de kenmerken bij tandmobiliteit na occlusaal trauma (rx, pocketdieptemeting)

Stellingen

– met pcr kan men bacterieel dna vermenigvuldigen
– parodontitis is het gevolg van slechte mondhygiene
– bij de col is er para keratose
– bij een 1 fasig implantaat belast je het meteen na plaatsen
– opsonisatie verbetert fagocytose
– om de 2dagen poetsen volstaat om een gezond parodontium te behouden
– de vorm van de col hangt af van hoogte contactpunt, treponema denticula komt voor bij necrotische gingivitis
– RTF is een gunstige bodem voor anaerobe bacterien
– met een papierpunt kan je subgingivaal aangehechte bacterien nemen (bij een plaquestaal)
– bij de moderne implantaten gaat men sneller over van een mechanische stabiliteit naar een biologische stabiliteit (ofzoiets)
-de gingiva breedte neemt palataal toe van snijtanden naar molaren
– secundair occlusaal trauma is een cofactor voor parodonitits
– de uitwijking van een tand bij een kracht van 10-100 is iets minder dan 1mm
– de hechting van bacteriën is reversibel thv primair minimum

Experimenteel gingivitis model en sulcus bleeding index
Triade van parodontitis
VO bij parodontitis
2 voorbeelden niet-plaque gerelateerde gingivitis en soms treedt pijn op bij gingivitis, wanneer?

Stellingen:
– T. Denticola bij juveniele parodontitis – 1-10 gr geeft 1 mm uitwijking – Rtf bodem specifiek voor aërobe bacteriën – primaire minimum reversibele hechting – bij syndesmotomie probeert men zo mogelijk longitudinale vezels door te snijden – papierstaal geeft zwemmende flora – gingivitis is reversibel – …

2014

– VO doorsnede bij parodontitis. Alles geven van bezenuwing, bevloeiing, cellen, epithelen, vezels, afmetingen…
– Bespreek het experimenteel gingivitismodel. Hoe kan je klinisch de gingivitisstatus meten. Bespreek de sulcus bleeding index
– 15 juist of fout vragen van over de hele curus. Redelijk eenvoudig, wel details soms.
– histologische MD doorsnede bij gezond parodontium met epithelen, vezels, soorten cememtum, cellen periradiculaire ruimte, en alle afmetingen…
– initiele en secundaire tandmobiliteit, teken de belasting (met P en T zone dus) en hoe kan men klinisch de mobiliteit meten
– 15 juist/fout vragen: – PCR kan men dna van bact vermenigvuldigen- bij syndesmotomie snijdt men de gingivale vezels door- de aangehechte gingiva stopt met een gemiddelde van 0,2 mm coronaal van de glazuuur cement grens- orthokeratose wil zeggen dat de celkern verdwijnt- actynomycetem actynomycetemcommitans speelt een belangrijke rol bij de juvenile parodontitis- …

– VO doorsnede bij gingivitis (zie hierboven).
– Tandmobiliteit: oorzaken. Hoe kan occlusaal trauma meespelen bij parodontitis?
– 15 juist/fout vragen, (bijna) allemaal terug te vinden op site apollonia
– VO doorsnede doorheen midden van wortel gezonde tand. Extra aandacht voor cellen in perirad ruimte, soorten epitheel, afmetingen,…
– Triade van parodontitis

2013

dwarsdoorsnede thv wortel en detailtekening epitheliale aanhechting
bespreek experimenteel gingivitismodel + klinische implicaties + sulcus bleeding index

1. M-D doorsnede doorheen het contactpunt, gezond parodontium
2. bespreek ITM, STM, teken de grafiek, op welke manieren kun je klinisch de tandmobiliteit/ implantaatmobiliteit meten

1) V-P doorsnede door gezond parodontium
2) Oorzaken tandmobiliteit, en wanneer is tandmobiliteit een cofactor van parodontitis.

2010

1 doorsnede-tekening van het parodontaal ligament: belangrijk!!

in de les wordt op bepaalde stukken duidelijk nadruk gelegd… juist-fout vragen staan hieronder

2009

1 teken de M-D doorsnede doorheen het contactpunt van een normaal parodontium (vezels, epithelen, cellen,…)
2 bespreek intiele en secundaire tandmobiliteit en klinisch

doorsnede dwars één 1mm boven gl cementgr en één thv van de helft van de wortel

2008

1) teken de v-p doorsnede bij vergevorderde parodontitis, midden in de tand en interdentaal.
2) bespreek primaire en secundaire tandmobiliteit
de juist-fout weet ik niet meer allemaal, maar deze;
opsonisatie bemoeilijkt fagocytose
Aa is sterk vertegenwoordigd bij necrotiserende gingivitis
mobiliteit bij aanwezige plak is cofactor bij parodontitis

-Teken het histologische beeld van een gezond parodontium (mesio distale doorsnede, midden in de wortel en evenwijdig aan de wortel. Denk ook aan de vezels, de bevloeiing, de innervatie, de cellen van de periradiculaire ruimte en de soorten cementum en geef de verschillende afmetingen.
-Wat is het klinisch verschil tussen parodontitis en gingivitis.
Juist/fout
-de sharpey vezels lopen tot in het primair cementum
-De afstand van de aangehechte gingiva tot het bot bedraagt 2mm
-Met PCR kan je bacterieel DNA vermenigvuldigen
-De gingivabreedte neemt toe als de gingiva dikker wordt
-De uitwijking die tot stand komt bij een belasting tussen 10 en 100 g bedraagt 1 mm thv de tandhals.
-Bij een fibrotomie snijdt men de sharpey vezels door.
-Zwelling en roodheid zonder bloeding bij licht trekken wordt geklasseerd als score 1 volgens de gingivitis index.
-Bij graad 1 botafbraak thv de furcatie is de afbraak goed voelbaar.
-A.a komt voor bij juveniele parodontitis.

1. Mesio distale doorsnede doorheen een tand met zware parodontitis (met heel de hutsekluts)
2. Plaquegroei: snelheid, klinische implicaties, lokalisatie etc. (beetje die dingen van microbiologisch gedeelte daar)>
Bijvragen (goh, wa dak er mij van herinner e…):
Gingivitis is reversibel
Occlusaal trauma als cofactor voor parodontitis
Treponema denticola komt vaak voor bij juveniele parodontitis
… beetje gelijkaardig als de vorige dus

vorige jaren

1. teken de mesiodistale doorsnede van het parodontium (door het contactpunt in het vlak evenwijdig aan de tandwortel)+ duidt vezels, zenuwen, cellen, cementum,….. aan
2. Klinisch verschil tussen paro- en gingivitis
3. 15 ja/nee vragen (heel logisch)
o.a. zijn de Sharpey vezels de voornaamste vezels die men doorsnijdt bij een syndesmotomie? ja/nee
1) Teken het histologisch beeld van een tand met gezond parodontium (vestibulo-orale doorsnede, midden in de wortel en evenwijdig aan de wortel). Denk ook aan vezels, bloedvoorziening, bezenuwing, soorten cementum, cellen van de periradiculaire ruimte, en geef de verschillende afmetingen.
2) Welke factoren kunnen een verhoogde mobiliteit verklaren? Hoe kan een pocketdieptemeting daaraan bijdragen. Hoe wordt mobiliteit klinisch gemeten (inclusief scores).
3) Juist/Fout
– De gingivale groeve ligt bij een gezond parodontium 2mm coronaal van de glazuurcementgrens
– Bij fibrotomie snijdt men de vezels van Sharpey door. Dit voorkomt recidief bij orthodontische behandelingen.
– De alveolaire mucosa is roder want het heeft een betere doorbloeding.
– De primaire epitheliale aanhechting wordt gevormd tijdens eruptie.
– Bij implantaten lopen de dentogingivale vezels evenwijdig aan het implantaatoppervlak.
– Bloeding bij sondering, in combinatie met roodheid en zwelling is score 3 in ‘die ene score-lijst waarvan ik de naam vergeten ben’.
– De TSBV-bodem is een specifieke bodem voor Actinomyces species.
– IgA verhindert bacteriële adhesie aan het mucosale oppervlak.
– P. gingivalis is een belangrijke Gram-negatieve, obligaat anaerobe, pathogene bacterie in de parodontologie.
– Er bestaat een duidelijk verband tussen parodontitis en cardiovasculaire pathologie
1) geef 2 horizontale doorsnedes: één thv van glazuur-cementgrens en één halverwege de wortel
(vond ik moeilijkste vraag maar na wat denken valt gewoon heel het hfst van microscopie hieronder, en als je dus alles (ook opbouw bot, zenuwcellen, clearcellen, blablabla 😉 )vermeldt is die keigelukkig, yes yes yes 🙂 )
2) geef de triade van parodontitis en de klinische implicaties
(dat zijn die slides, stuk of 5, gewoon letterlijk)
– tekening histo doorsnede vh parodontium
– bespreek experimenteel gingivitismodel van LoË en THeilade + klinische implicatie
– verschillen tusse specifieke en aspecifieke voedingsbodem
– klinisch belang van syndesmotomie
– tekening ernstige parodontitis
– gingivale breedte binnen dentitie, evolutie tijdens leven, klinische implicaties
– klinisch belang syndesmotomie
– V-orale doorsnede vd periradiculaire ruimte met en zonder gingivitis + wijzigingen histologisch verband met klinisch
– parodontitis triade + implicaties voor therapie
– wat bestudeer je met fase contrast microscopie
– evolutie van plaque: klinisch
– oorzaken van verhoogde mobiliteit + bijdrage aan de pocket meting
– microscopische doorsnede parodontium (alles geven)
– oorzaken verhoogde mobiliteit + pocketmeting + scores kliniek
– initiele adhesie bacterien + ruwheid?
– ??? regel?

Dit vak wordt vanaf 2016-2017 door Prof Duyck gedoceerd en werd vernieuwd
2015-2016
1. Preventie en behandeling van denture stomatitis.
2. De klinische bepaling van het vlak van occlusie.
3. De gevolgen van tandverlies: een volledig edentate bovenkaak tegenover een onderkaak die alleen in het front betand is (Syndroom van Kelly).
4. Frameontwerp: tand 36, 34, 33 (paro), 44, 47.
– Star of krachtbrekend
– Welke MC
– Tandopstelling
– Kennedy Classificatie 
– Ankers 
– de + en – krachten t.o.v. de kantellijnen.

2014
1) functies van speeksel bij VP
2) grenslijnen OK
3) wat doen bij gekipt element?
ontwerp:
aanwezig: 33, 35, 37, 43, 44 en 46 met paro-verval

1) preventie en behandeling van denture stomatitis
2) bespreek vlak van occlusie en klinische bepaling
3) gevolgen bij edentale bovenkaak en onderkaak met enkel tanden in het front (syndroom van Kelly)

33(paro) 34 36 44 47
1) Doel van VP
2) Grenslijnen BK
3) Waar moet de retentie tov de occlusale steun liggen in een krachtbrekend ontwerp? 
4) Frame ontwerp met 33,37,44,46 (46 paro verval)

1. Preventie en behandeling van denture stomatitis.
2. De klinische bepaling van het vlak van occlusie.
3. De gevolgen van tandverlies: een volledig edentate bovenkaak tegenover een onderkaak die alleen in het front betand is (Syndroom van Kelly).

4. Frameontwerp: tand 36, 34, 33 (paro), 44, 47. – Star of krachtbrekend – Welke MC – Tandopstelling – Kennedy Classificatie – Ankers – de + en – krachten t.o.v. de kantellijnen.

prothetische tandheelkunde – Prof. Schepers

2014

– vlak van occlusie en klinische bepaling ervan
– relining
– flowsheet: frame zonder kronen
– 17 (paro), 14, 23, 25, 27 nog aanwezig. ankers geven, MC, star/krachtbrekend, …

2013

(blijven dezelfde examenvragen als de andere jaren, maar relining staat er niet tussen)

2011

de examenvragen van 2008 en vroeger lijken al wat ouder, maar ook in 2011 kwam denk ik alles uit deze reeks…

2009

idem als vorig jaar

2008

– syndroom van kelly bespreken
– behandeling van denture stomatitis bespreken
– vlak van occlusie bespreken

1. doel VP
2. BK: omtrekslijnen individuele lepel + procedure individuele afdrukname
3. positie retentieve ankerarm tegenover de steun in een KB ontwerp
4. 33 37 44 46, de 46 gaat paro vervallen

andere jaren

1) Wat is de functie van speeksel ivm de fixatie van een prothese?
2) Wat zijn de grenslijnen van een individuele lepel in de onderkaak en bespreek de klinische procedure van de individuele afdruk.
3) Wat doe je met een gekipt element als je er met een frameprothese een steun op wil leggen?
4) OK 37, 35, 33, 43, 44, 46 (paro) BK natuurlijke tanden. Ontwerp een frameprothese Bespreek klasse, star/krachtbrekend, kantellijnen, steunen & retenties, ankers, MC, tandopstelling
– bespreek de normaalbewegingen van de mandibula
– bespreek vlak van occlusie en klinische bepaling ervan
– flow sheet van frame zonder kronen
– frame ontwerpen voor 17 14 23 25 27 (23 paro verval)
– uitgangspunten van major connector in de BK
– beschrijf en teken: gemodificeerd HOH anker
– bespreek de vervaardiging van een frame met kronen (flow sheet)
– ontwerp BK: 17,14,23,25,27 aanwezig (23 paro verval -> moet dus altijd verondersteld worden dat die verloren gaat gaan en nooit rekening mee houden in je prothese)
– functies van een VP
– hoe en wanneer bepaalt men de functionele omtreksranden van een VP
– bespreek het ventraal fenomeen van Christensen
– bijvragen: CPC-lijn + verschil in hoeveelheid van resorptie in de BK en de OK
– wat is het doel ve VP
– hoe legt mende grenslijnen voor de individuele lepel vast in de BK? bespreek klinisch de individuele afdruk
– waar moet de retentie tov de occlusale steun liggen in een krachtbrekend ontwerp?
– aanwezig zijn 33,34,37 en de 46 gaat vroeg of laat verloren gaan want is paro vervallen
– functie van speeksel bij VP
– hoe bep je de omtrekslijnen voor individuele lepel vd OK + hoe gebeurt de individuele afdrukname
– pijlerelement dat gekipt is? hoe veranker je?
– 33,34,35,37,43,43 en de 46 heeft paro verval

2015 – 2016
1. Bespreek endocarditis + implicaties
2. Bespreek implicaties bij: ziekte v crohn, recediverende tia, addison, diabetes type 1
3. Bespreek de oorzaken van geelzucht
4. Bespreek de oorzaken en verwikkelingen van arteriële hypertensie
5. Bespreek de oorzaken en verwikkelingen van diepe veneuze thrombose
-Hoe krijg je een tia kreeg
-bij welke aandoening meest kans is op diepe veneuze trombose.
– een diepe vene trombose ooit een tia kan veroorzaken (bij septumdefect)
– is cirrose erfelijk was
-wanneer je eerder een schimmel-endocarditis krijgt dan een bacteriele
2014 – 2015
1) Klinisch beeld myocardinfarct + implicaties tandarts
2) implicaties tandarts bij patiënt
-als kind operatie is ondergaan voor transpositie bloedvaten
– met hyperthyroidie
-die adjuverende chemotherapie ondergaat
– met coeliake
3) bespreek virale hepatitis + implicaties tandarts
4) wat is ascites? + implicaties tandarts
5) klinisch beeld cushing syndroom + implicaties tandarts

1. Bespreek endocarditis + implicaties
2. Bespreek implicaties bij: ziekte v crohn, recediverende tia, addison, diabetes type 1
3. Bespreek de oorzaken van geelzucht
4. Bespreek de oorzaken en verwikkelingen van arteriële hypertensie
5. Bespreek de oorzaken en verwikkelingen van diepe veneuze thrombose

Inwendige ziekteleer – Prof. Van Cutsem

2014

– Bespreek oorzaken en implicaties van levercirrose
– Bespreek eerste symptomen van diabetes mellitus
– Bespreek oorzaken en implicaties van arteriële hypertensie
– Bespreek oorzaken, verwikkelingen en implicaties van een diep veneuze thrombose in de kuit
– Implicaties geven van: acromegalie, polycytemie, Gilbert, Crohn
– Bespreek CVA en TIA
– Portale hypertensie (oorzaken en verwikkelingen) en implicaties voor de tandarts.
– Implicaties van: chronische hepatitis C, …, hypothyroïdie, Parkinson
– Leg uit: foetale circulatie
– Oorzaken en symptomen van anemie
– Bespreek endocarditis + de implicaties voor de tandarts
– Implicaties: recidiverende TIA’s, ziekte van Crohn, ziekte van Addison, diabetes type 1
– Bespreek arteriële hypertensie
– Geef de oorzaken van geelzucht
– Diepe veneuze trombose
– myocarinfarct symptomen en implicaties
– syndroom van cushing
– virale hepatitisch en implicaties
– implicaties van hyperthyroidie, hemolytische anemie, …, …
– ?

2013

– Bespreek CVA en TIA
– Bespreek portale hypertensie: oorzaken, verwikkelingen en implicaties
– Geef THK implicaties bij: Hep C/ AV BLock/ Diabetes Insipidus/ Parkinsons
– Bespreek de Foetale Circulatie
– Bespreek maag en duodenum Ulcus: Oorzaken, symptomen, verwikkelingen en Implicaties

-bespreek endocarditis
-implicaties van: crohn, addison, TIA, Gilbert
-wat moet je doen met anticoagulatie
-wat zijn de implicaties bij levercirrose
-wat zijn de verwikkelingen bij diabetes mellitus

2011

– Geef de oorzaken voor arteriële hypertensie
– Bespreek de verwikkelingen van diabetes mellitus
– Welke maatregelen moet je nemen bij een patiënt waarop je een tandextractie wilt uitvoeren en al verschillende ascites puncties heeft ondergaan.
– Implicaties van:
– geopereerde coracatio aorta
– Patiënt die al regelmatig TIA’s heeft gehad
– Patiënt met angor pectoris
– Patiënt met syndroom van Gilbert

bijvragen: vooral dieper ingaan op de vraag zelf

2009

1.CVA + implicaties
2.implicaties bij tia, hypersplenisme, foramen ovale en hepatitis C
3.TMN
4.hepatische encephalopathie implicaties
5.uitzicht van hypothyroidie
6.portale hypertensie + impl
7.endocarditis: indicaties + impl
8.addisson + koorts en abces
9.frequente kankers westen man-vrouw
10.Hep C

cva
verschil ibd ibs
praktisch anticoagulatie
addison en koorts door abces
implicaties acromegalie pacemaker hypersplenisme
patient met zware myocardinf implicaties
cirrose en symptomen implicaties
wat met patient met vfk en ventrikeltachycardie
adenoom carcinoom sequence
hyperthyroidie

2008

1. bespreek het ziektebeeld angor pectoris/myocardinfarct
2. geef de verwikkelingen van diabetes mellitus
3. wat zijn de implicaties voor de tandheelkundige praktijk van een patiënt die vermeldt
– dat hij een voorkomerfibrillatie heeft?
– dat hij enkele malen een TIA heeft gehad?
– dat hij lijdt aan scleroserende cholangitis?
– dat hij behandeld wordt met chemotherapie voor een coloncarcinoom?
4. hoe ziet een patiënt met een hypothyroïdie eruit?
5. welke maatregelen dient men te nemen vooraleer een extractie te doen bij een patiënt die verward is door een hepatische encephalitis?

1. Virale hepatitis en implicaties op THK
2. Hartgeleidingsstoornissen
3. implicaties op thk
– gilbertsyndroom
-transpositie al 45 j geopereerd
-Cushing
-medicatie van inflammatory bowel disease
4. Waarop let je bij een patient die aan cirrose heeft en last heeft van koorts bij een abces.
5. Oorzaken van constipatie

1. Bespreek de oorzaken van levercirrose
2. Bespreek de foetale circulatie
3. implicaties op thk
– voorkamerfibrillatie
– TIA
– chronische pancreatitis
– ziekte van Crohn
4. Een patient die onlangs is opgenomen voor een bloedend maagulcus komt nu bij u voor koorts en pijn door een abces
5. Een patient met diabetes mellitus wordt onwel en klaagt van pijn op de borst.

vorige jaren

1) adenoom-carcinoom sequens in colon
2) AV-blok en implicaties TA
3) THKige implicaties bij: coarctatio aortae, CVA, renovasculaire hypertensie, achalasia
4) Maatregelen als TA bij patient met diabetes mellitus type I met hoge koorts door een abces
5) Oorzaken verminderde bloedstolling bij cirrose

1) tandheelkundige implicaties bij cirrose
2) wat zijn de klachten van een patient met diabetes mellitus
3)THK-ige implicaties bij a) patient met acromegalie b) syndroom van gilbert c) patient die zegt dat hij geopereerd is geweest voor tertralogie van fallot d) syndroom van crohn
4) implicaties bij patient met syndroom van addisson en hoge koorts door abces
5) de frequentste kankers vor man en vrouw in het westen

1. implicatie van virale hepatitis op tandheelkunde
2. geleidingsstoornissen
3.implicatie van… op tandheelkunde: syndroom van Gilbert, transpositie van bloedvaten, diabetes insipidus, IBS
4. implicatie van persoon met levercirrose en koorts en tandabces op tandheelkunde
5. oorzaken van constipatie

1) Bespreek het ziektebeeld van Angor Pectoralis / Myocard Infarct
2) Wat zijn de verwikkelingen van Diabetes Mellitis
3) Wat zijn de implicaties voor de tandheelkunde bij:
-voorkamer fibrillatie
-enkele malen TIA
-sclerotische cholangitis
-chemotherapie tegen coloncarcinomen
4) Hoe ziet een patien met hypothyroïdie er uit?
5) Wat zijn de maatregelen die je moet treffen bij een patient die verward is door een hepatitische encephalitis?

1) oorzaken van arteriële hypertensie
2)verwikkelingen van diabetes mellitus
3)tandheelkundeige implicatie van
angor pectoris, syndrome van gilbert, patiënt met epilepsie, coarctatio aortae
4)drie meest voorkomende kankers bij man en vrouw in belgië
5)tandheelkundige maatregels die je wil nemen wanneer je tandextractie moet doen bij een patiënt die zegt dat hij de laatste maanden verschillende ascites puncties heeft laten doen(moet ge denken aan levercirrose en bloedstolling… )

1) bespreek CVA
2) bespreek portale hypertensie en implicatie op THK
3) implicaties: – hepatitis C, syndroom van gilbert, pacemaker, parkinson,
4) wat moet je doen bij iemand met een tandabces en die lijdt aan addison
5)wat is de betekenis van TNM classificatie

– bespreek de implicaties vr een tandarts bij een patient met levercirrose
– bespreek epilepsie
– definieer: CVA en TIA en wat doe je bij een patient met herhaalde TIA’s?
– bespreek endocarditis profy
– verband poliep & carcinoom
– waar moet een TA rekening mee houden bij een patient met koorts en een abces?
– vaccinatie tegen hepatitis
– diabetes insipidus
– endocarditis
– leg uit in drie zinnen: bundel van hiss/ protonpomp/grand mal/ hepatitis E
– bijnierschorsinsufficcientie
– leg uit in drie zinnen: auro bij epilepsie / VSD / syndroom van Addisson / malaria / TNM classificatie
– ziekte van Cushing -> bespreek + implicaties tandarts
– myocardinfarct
– implicaties TA : renale hypertentie / medicamenteus IBS/ IIBD / geopereerd coarctatio aortae
– maatregelen bij levercirrose + hoge kokorts & abces vd tand
– oorzaken icterus

Jacobs:
1) hoe kan je je patiënten beter beschermen tegen straling bij intro-orale opnames en bij OPG
2) 3 foto’s: een OPG, een schedelprofiel opname en een bitewing
welke soort opnames zie je hier 
welke mogelijke opnamefouten en/of pathologien zie je
duid alle structuren aan die je herkent
Hermans:
1) bespreek het principe van de rontgenbuis
2) wat zijn de kenmerken van stochastische en deterministische effecten
3) tot welke klasse behoort een tandartspraktijk en welke vergunningen zijn hiervoor nodig.

Jacobs:
1) Hoe vermijd ik de gevaren voor een tandarts in geval van : intra-orale opname, panoramische opname, CBCT en CT scan. en wat zijn de risico’s bij elks van deze voorgaande
2) 4 foto’s van radio opnames geef bij elke (periapicale, OPG, CBCT, CBCT) a. soort b. opname errors c. anatomische en pathologische informatie
Hermans: 1) Wat is een versterkingsscherm en wat is een rooster
2) wat is zwarting en wat is contrast
3) welke vergunningen heb je nodig om als tandarts te werken

Radiologie van mond en tanden en radioprotectie – Prof. Jacobs en Hermans

2014

– Bespreek intra-orale opnames, indicaties
– Zwangere vrouw met hevige pijn in de bovenkaak, wat doe je?
– Peri-apicale en panoramische opname, vanalles aanduiden
– Bespreek principe van rontgenbuis
– deterministische en stochastische effecten
– tot welke klasse behoort praktijk en welke vergunningen?
– Welke aankoop zou ik doen als ik een digitale intra-orale techniek wil gebruiken en waarom?
– panoramische opname: bij wie en hoe?
– welke eenvoudige maatregelen kan een practicus aanwenden om zich te beschermen tegen straling?
– Principe en toepassing van versterkingsschermen en roosters
– densiteit en contrast
– welke vergunningen zijn nodig om een praktijk op te starten?

2013

Hermans:
Bespreek versterkingsscherm en bespreek filterscherm
Bespreek Zwarting en contrast: bijvraag wat is verhoogde lattitude
THKige RX: Klasse en vergunningen: bijvraag: personen dosimetrie voor thk?
bijvraag: CT scan wat zijn contra indicaties

Jacobs:
Je begint een nieuwe praktijk. Wat moet je overwegen voordat je een panoramisch apparaat aanschaft: Indicaties, voordelen, nadelen. Bijvraag: hoe verhoudt de stralings belasting van de panoramische opname zich tov de intra orale opname
2 afbeeldingen met de vraag: is er een fout? Duid anatomische structuren aan
Eerste afbeelding was een CBCT van 3e molaar: bijvraag: waarom maak je deze foto?
De tweede afbeelding was een opg.

2011

Jacobs:
-bespreek schedelprofielopname (indicaties + hoe maak je die)
-2 foto’s (panoramische met oorbellen, peri-apicale in bovenfront)

Hermans:
-principe v/d röntgenbuis
-deterministische & stochastische effecten straling
-tot welke klasse behoort de tandarspraktijk & welke vergunningen heb je nodig.

2009

idem als vorig jaar

2008

Jacobs:
1. patient komt binnen en heeft schrik van de stralen van de panoramische opname, hoe ga je hiermee om?
2. indicaties panoramische opname en hoe wordt deze opname gemaakt
3. soorten intra orale opnames en indicaties van elk daarna moet je zo op fotootjes wat structuren aanduiden
Hermans:
1. bespreek zwarting en contrast
2. waarom Ct en KST voor spinocellulair carcinoom
3. waaraan moet een tandarts voldoen om fotos te mogen nemen

andere jaren

Hermans :

Principe van de röntgenbuis
Stochastische en deterministische effecten van straling
Tot welke klasse behoort de tandartsenpraktijk, welke vergunningen?
Bespreking film zwarting en contrast
Voornaamste kenmerken stochastische en deterministische effecten van straling
Aan welke voorwaarden moet een tandarts valdoen om röntgentoestel voor diagnostische doeleinden te gebruiken?
voor en nadelen v OPG voor bestuderen kaakgewricht tov CT en KST
onder welke reglementering valt een tandradiografisch toestel + over welke goedkeuringen moet je beschikken eer je zo’n toestel in een tandartspraktijk mag plaatsen
welke klasse inrichting is een TA kabinet, welke vergunningen zijn vereist

Jacobs :

-Op wat moet je letten bij aankoop van een röntgentoestel?
-Voor en nadelen van digitale panoramische opname.
-Bite-wing: indicatie en hoe opname nemen.
-Foforplaat of CCD? Waarom?
-Doorsneden: CT-scans, aanduiden anatomische structuren
Panoramische opnamen, idem
Dosimetrie aan de hand van filmdetector en thermoluminiserende detectoren
wat weet je over personendosimetrie
panoramische foto: indicaties + hoe
intra-orale fotos: welke ken je , hoe? indicaties?
iemand heeft schrik ve panoramische foto owv straling, hoe ga je daar als TA mee om?
een patient van 55j met paar licht mobiele tanden komt voor de 1e x bij u. Na IO onderzoek zijn paar cariets tandvullingen & paradontale pockets van 5-8 mm vastgesteld: welke radio techniek + waarom?
in een nieuw kabinet moet gekozen worden tussen digitale & conventionele radiografie: wat zijn de factoren waar zal moeten rekening mee gehouden worden?
geef met concrete vbn de principes van dosisreductie in de praktijk weer
RX status: duid de gekende anatomische structuren aan
fosforplaat of CCD? waarom?
doorsnede: CT-scans: aanduiden anatomische structuur
doorsnede: panoramische opname: idem
dosimetrie adhv ??

2015
1. Bespreek het meest gebruikt prothese basismateriaal inclusief de verhardingsreactie. Hoe kun je een prothese veerkrachtiger maken?
2. Vraag over de biotoxische effecten van composieten.
3. Bespreek alle mogelijkheden wat betreft volkeramische kronen, wat zijn de onderlinge verschillen, wat zijn de indicaties?
4. Schema van de verschillende elastomeren 
Foto’s:
– Cuvette
– Milling unit 
– Een frameprothese (uit welke materialen bestaat dit (bespreek de gunstigste) 
– Foto van een die (wat voor een behandeling zijn ze hier aan het doen en welke materialen zie je)
– Retractie pasta (welke andere methoden ken je die hetzelfde effect hebben).

2014
1) Welke Inbedmaterialen worden gebruikt voor hoogsmeltlegeringen: geef samenstelling en leg de volumeveranderingen uit.
2) Bespreek de driedubbele hechting tussen opbakporselein en opbaklegering (met schema indien nodig). Welke opbaklegering zou je hier voor gebruiken en waarom?
3) Verklaar volgende 5 begrippen binnen de voorziene ruimte: 
– Monoklien
– Hemihydraat
– Sol-gel
– Alumino
– PEMA
4) Schema invullen van Biocomp over de wetgeving: slide 17 (geneesmiddelen- medische hulpmiddelen – cosmetica met uitleg eronder)
5) dia over da slingertoestel, RCT, structuur van polyvenylsiloxaan, dia van Hot-pressed Ceramics, + ng ene

1) geef de moderne classificatie van de dentale proseleinen, geef hun doorbuigsterkte en wat zijn hun indicaties?
2) Geef de verschillende materialen voor een protheseherstelling, met hun indicatie, samenstelling en verhardingsreactie
3) Een patient komt naar je toe met ‘angst’ voor composieten, wat vertel je hem, klopt dit, wat zijn de biocompatibiliteitsfactoren, zijn er betere biocompatiebelere materialen, zoja welke?
4) geef van de 5 elastomeren de hoofdbestanddelen en hun verhardingsreactie

1. Geef de moderne classificatie van de dentale keramische materialen. Bespreek adhv hun doorbuigsterkte en toepassingsdomein (indicatie)
2. Geeft de materialen voor hebt herstel van prothesebasismaterialen (soorten, samenstelling, verhardingsreactie, indicatie)
3. Er komt een patiënt bij je en is bezorgd over de negatieve gezondheidsgevolgen van composiet. Wat zeg je tegen hem? Klopt dit, waarom wel waarom niet? Wat zijn de factoren die de biocompatibiliteit van composiet bepalen? Zijn er alternatieven die je hem kan geven als hij echt ongerust blijft?
4. Geef de actieve hoofdbestanddelen en de verhardingsreacties van alle elastomeren.
5. Dia’s: stent, staafdiagram van conversietest van bis GMA, inbedden, scanner als alternatief voor afdrukname, cadcam iets van nobel biocare

1. Bespreek het meest gebruikt prothese basismateriaal inclusief de verhardingsreactie. Hoe kun je een prothese veerkrachtiger maken?
2. Vraag over de biotoxische effecten van composieten.
3. Bespreek alle mogelijkheden wat betreft volkeramische kronen, wat zijn de onderlinge verschillen, wat zijn de indicaties?
4. Schema van de verschillende elastomeren
5. Foto’s:
A. Cuvette B. Milling unit C. Een frameprothese (uit welke materialen bestaat dit (bespreek de gunstigste) D. Foto van een die (wat voor een behandeling zijn ze hier aan het doen en welke materialen zie je) E. Retractie pasta (welke andere methoden ken je die hetzelfde effect hebben).

biomaterialen 3e bach – 1e semester: indirecte materialen Prof. Van Meerbeeck

2014

– Bespreek volumeverandering bij het gieten van een legering, en hoe je deze kunt voorkomen.
– Bespreek glaskeramiek: samenstelling, soorten, cementeringsproces, voordelen, nadelen.
– Een nieuwe kroon of brug wordt gezet, en er ontstaat een acute toxische reactie. Waarom is het zo moeilijk om de oorzaak te achterhalen? Welke oorzaken zijn er allemaal? Welke zijn het meest frequent?
– Geef een overzicht van de prothesebasismaterialen en welke worden het meeste gebruikt

Dia’s: [1] afbeelding is een CAD-CAM-systeem, vraag is: ‘Bespreek het gebruik van dit toestel’ [2] afbeelding is een paar flesjes met daarop ‘COE-COMFORT’, vraag is ‘Waarvoor gebruik je dit?’ [3] afbeelding van een porseleinen milling blokje (e Max cam dacht ik) [4] afbeelding is een smeltkroes (zie ‘Hfstk4b-Inbedmaterialen.pdf’), vraag is ‘Wat gebeurt hier? Waarvoor dient dit apparaat?’ [5] afbeelding van de laatste procedure van modelvervaardiging met gips (mech/vacuum mengen, met bekisting afdruk met vaste plaatsing van de die’s)

2013

1. Bespreek de samenstelling, verhardingsreactie, eigenschappen van 2 meest gunstige afdrukmaterialen
2. Bespreek volumeveranderingen bij het gieten van metaal, en waar tandtechnicus rekening mee moet houden om een goede metalen restauratie te vervaardigen
3. Vervolledig schema over cytotoxiciteit
4. Dia’s: geïrriteerd mucosa, COS (waarvoor dient dit), afdrukname van een vrouw (wat gebeurt hier, en welk materiaal), goudpoeder, code en tekens onderaan fles (CE 0086 vlam- en kruis-symbool), …

vorige jaren

– geef de samenstelling en verhardingsreactie van PMMA
– leg uit waarom opbaklegeringen en porselein op elkaar moeten afgestemd zijn
– geef de classificatie van de afdrukmaterialen
– geef de verschillende legeringen volgens procent edelmetaal
– wat is een sol-gel systeem? bespreek twee thk-ige materialen die verstijven volgens dit mechanisme. waarin verschillen deze materialen en waarvoor kunnen ze worden aangewend?
– geef de indeling van de opbaklegeringen
– bespreek de afdrukprocedures
– bespreek een geschikte afdrukmethode voor een hoogprecisie afdruk voor een grote brug
– porselein is een broos materiaal: welke oplossingen zijn hiervoor?
– Geef de verschillende keramische materialen
– Geef de verschillende gipssoorten + eigenschappen + toepassingen
– C-factor
– Bespreek nanolekkage
– wat is silanisering en waarvoor dient het?
– bespreek thermopolymerisatie van een prothesebasismateriaal
– geef een voorbeeld van keramische materialen die actief gecementeerd worden beschrijf de procedure
– geef schematisch de verhouding tss TEC van opbaklegering en opbakporselein

– schema van de composieten
– schema van de amalgaamsoorten
– Geef het schema van de inbedmaterialen op basis van hun bestanddelen
– Geef het moderne schema van de composieten
– cementen
– prothesebasismaterialen
– classificatie van adhesieven
– overzicht gietlegering
– classificatie van de afdrukmaterialen
– geef de legeringen volgens procent edelmetaal
– geef de indeling van de adhesieven
– geef de indeling van de opbaklegeringen
– grafiek van binaire vaste legeringen: grafiek is gegeven, beetje uitleg geven
– keramische materialen in de thk (schema hfst porselein)

Farmacologie – Prof. De Hoon en Vankelecom
2015-2016
– TCA: werkingsmechanisme (receptoren enz) + wat je als tandarts moet weten qua effecten
– codeine en diarree
– indomethacine tijdens zwangerschap geven tegen maagulcus
– cimetidine en sedatie
– doxycycline bij zwangere vrouw
– anesthesie werkt beter/slechter in omgeving van ontsteking
– werking van anticoagulantia is sneller dan de antiaggregantia
– bespreek werkingsmechanisme, receptor, therapeutisch effect van: diazepam, lidocaine, triptaan, risperidone
– neuroleptica geven grimassen
– ibuprofen na tandextractie
– full agonisen hebben een hogere potentie/ effectiviteit dan partieel agonisten
– Bespreek alles omtrent de geneesmiddelen voor peptische aandoeningen 
– (Goed of fout ) metronidazole bij alochol gebruik
– (Goed of fout )tetracycline bij oude vrouw die calciumsupplementen neemt
– (Goed of fout ) colchicine met macrolide AB
– (Goed of fout ) myasthenia gravis + Ach inhibitoren
– (Goed of fout )TDM is niet nodig bij lithium als je NSAID neemt
– (Goed of fout )pentazocine geven aan oud mensje dat morfine neemt
– (Goed of fout )kaasreactie door TCA
– (Goed of fout )sedatie door 1e generatie antihistaminicum is type A reactie
– bespreek lorazepam
– bespreek lidocaine
– bespreek selegiline
– bespreek misoprostol 
– Met welke kan je NSAID’s combineren: diuretica, dexamethason, een VKA, codeine
goed of fout
2015
1) Waar gebeurt er als je een anestheticum meermaals inspuit?
2) iMAO’s en indirecte sympathicomimetica
3) NSAID en orale anticoagulantia
4) Ibuprofen en epigastrische pijn
5) Codeine en wazig zicht
6) TCA en orthostatische hypotensie
metronidazol en alcohol
morfine en pentazocine, directe werking op GABA receptor via bdz

1) Medicatie voor peptische aandoeningen
2) 
– AB + alcohol (disulfirameffect) 
– cholicine + macrolide AB

3) NSAID
+ CS
+ diuretica
+ coumarine derivaat
+codeïne
4) uitleggen 
– Lidocaine 
– lorazepam
– Misoprostol
– selegiline
5) juist of fout 
– myasenthia gravis + cholinesterase inhibitor 
-Bij behandeling met Li+ is altijd TDM nodig. Enkel wanneer je nsaid ook neemt is dit niet meer nodig

1. Bespreek indicaties en werking van geneesmiddelen die inwerken op de maagzuursecretie via een ordelijk schema

2. Patiënt neemt volgend geneesmiddel en heeft volgende klachten: kan dit?
a) Codeïne en diarree
b) TCA en xerostomie
c) Ibuprofen en melaena
d) H1 receptor blokkers en slaperigheid

3. Iemand neemt nuchter een tablet in, met tmax 2uur en halfwaardetijd 12 uur, dat volledig hepatisch geklaard wordt door CYP2D6
a) Teken het verloop van concentratie in de tijd
b) Teken op dezelfde grafiek het verloop bij inname met voedsel
c) De patiënt neemt dit in 2maal daags, tegen wanneer is er een stabiele plasmaconcentratie bereikt?
d) Een andere patiënt neemt dit geneesmiddel ook, maar zijn leverfunctie is met 50% gedaald, wat gebeurt er met de stabiele plasmaconcentratie?

4. Juist of fout? Verklaar kort
a) Anticholinergica: diarree, fotofobie, cycloplegie en xerostomie
b) Een LA is erg effectief wanneer het ingespoten wordt in een omgeving van infectie
c) Anders dan de orale anticoagulantia werken de anti-aggregantia wel meteen
d)

5. Interacties
a) Buprenorfine en morfine
b) TCA en indirecte sympathicometica
c) Quinolonen en antacida
d) LA+adrenaline en b-blokkers

2013

1. bespreek TCA qua werkingsmechanisme en farmaceutische effecten, geef twee indicaties waarbij een tandarts moet opletten als er een patiënt in je stoel komt die TCA neemt

2. NSAID hebben bij zwangere vrouwen de volgende effecten:
-bloeding moeder kind
-premature arbeid
-effect op lactatie
-sluiten ductus Botalli

3. Juist Fout
-anestheticum met pKa 7.8 is minder effectief dan anesth met pKa8.8 in weefsel met pH 6.8
-reacties door stimulatie van muscarinereceptoren behoord tot type B reacties
-IMAO kan men innemen met macrolide antibiotica
-Effecten van anti-Cholinergica zijn: -Constipatie, -Xerostomie, -Cycloplegie, -Fotofobie.
-Voor een anxiolytisch effect moet je een inverse agonist tegen de GABAa-rec hebben

4. wat gebeurt er als je het volgende geeft:
-patient met parkinsonisme door neuroleptica behandelen met L-DOPA
-zwangere vrouw met misotrol (dat ene medicament bij pept aandoeningen op einde)
-Zwangere vrouw met Misoprostol idd.
-De klaring van Aspirine met Alkalose in de blaas.
-H1-antihistaminica met Macrolide AB.

5. is het symptoom gevolg van:
-melena en ibuprofen
-hoofdpijn en IMAO
-diarree en codeine
-H1-Histaminica en Slaperigheid.

1) Herhaalde inspuiting bij lokaal anestheticum, welke problemen?
2) interacties:
TCA en indirect sympaticomimeticum
morfine en NSAID
Haloperidol (antipsychoticum) en L-DOPA
NSAID en anti-hypertensiva
penicillines en MRSA
3)Juist/fout:
Cimetidine geeft gynaecomastie
levocitirizine geeft sedatie
codeine geeft diarree
cortisol kan oedemen geven
4) adrenaline, ibuprofen, pachycurares en pilocarpine uitleggen
5) juist/fout
full agonisten zijn potenter en effectiever dan partiele agonisten
cholinomimetica geven cycloplegie, obstipatie en xerostomie
penicillines ook werkzaam tegen MRSA
disulfirameffect krijg je bij een ALDH-deficientie

2012

1. Bespreek anti-parkinson geneesmiddelen
2. Kun je NSAIDS gebruiken met:
– H2 receptor antagonisten
– Corticosteroiden
– Antihypertensiva
– Orale anticoagulantia
3. Kies uit volgende 2 geneesmiddelen
– Morfine overdosis: pentazocine of naloxone
– PA die indirecte sympaticomimetica neemt: TCA of Prozac
– 4jarig kind amoxicilline of minocycline
– Een locaal anestheticum met pKa 8 of pKa 9 in een weefsel met ph 7
4. JUIST OF FOUT
– Slapeloosheid kun je behandelen met een indirecte agonist van de GABA A receptor
– is het disulfiram effect hetzelfde als wat je krijgt als je genetisch deficiëntie hebt een aldehyde dehydrogenase
– Hyperhydrose, cycloplegie en xerostomose zijn effecten van anti-cholinergica
– Een zwangere vrouw kun je behandelen met NSAIDs
5. Is het effect een mogelijk gevolg van de drug
– Ibuprofen en melena
– H1 antihistaminica en slapeloosheid
– Codeïne en diarree
– TCA en dysurie

1. Bespreek geneesmiddelen peptische aandoeningen wat betreft werkingsmechanisme en indicaties.

2011

– geef de geneesmiddelen bij ziekte van parkinson + leg kort uit.
– juist of fout, nsaids hebben effect bij zwangeren bij:
– lactatie
– iets met de bevalling
– bloedingen bij kind en moeder
– vroeger sluiten van ductus

– welke drug kies je:
– 4jarig kind: amoxicilline of een tetracyline (weet de juiste naam niet maar het eindigde op cyline)
– depressief + indirecte sympatomimetica: TCA of prozac

– effecten uitleggen tussen:
– als je L-dopa en neuroleptica samen gebruikt
– antacida en per os Quirinolone

-is het effect een mogelijk gevolg van de drug
– TCA: dysurie
– H1 antihistaminica : slapeloosheid

-een locaal anestheticum met pKa 8 of pKa 9 in een weefsel met ph 7: wat werkt het beste?
-Bij een overdosis van morfine: naloxone of pentazocine?
-wat doet IMAO bij een hypertensieve crisis door indirecte sympathomimetica
-Is diarree een nevenwerking van codeïnederivaten?
-Is melena een potentieel gevolg van iburofengebruik?

vorige jaren

– verhaaltje waarin je alle geneesmiddelen moet bespreken + interpretatie geven: oa
macrolide ab, PPI, betablokkers
– bespreek adhv fysio effecten vd prostaglandines de bijwerkingen vd NSAIDS
– bespreek volgende bijwerkingen van anti-cholinergica
wazig zicht/bradycardie/xerostomie/bronchoconstrictie/constipatie
– welk geneesmiddel/keuze neem je? + uitleg
depressieve bejaarde: TCA of prozac?
parkinsonisme door neuroleptica: L-dopa of anticholinergica
anxyolytisch effect: indirecte agonist of invers agonist
– bespreek effect
lidocaine op rustpotentiaal van membraan
beta lactameseresistente cefalosporines op MRSA infectie
codeine — pijnverdovend effect van morfine
– 5 juistfout vragen
vb H2 receptor antagonisten kunnen helpen bij een anafylactische reactie

Endodontie – Prof. Lambrechts
2016
1. Bespreek pulpitis: diagnose, differentieel diagnose, etiologie, urgentiebehandeling (deel ‘Emergencies’), behandeling
2. Bespreek interne resorptie: etiologie, pathogenese, diagnose, behandeling
3. Bespreek avulsie: behandeling, follow-up, prognose.
1. Apicale parodontitis granoloom: Diagnose, Differentiële diagnose, etiologie, behandeling en urgente behandeling.
2. Cervicale resorptie: Etiologie, pathologie, diagnose en behandeling
3. 1ste BPM: Kanaal- en wortelanatomie
1) afgebroken instrument: etiologie, preventie(in de praktijk/in de fabriek), behandeling, prognose
2) septische en aseptische necrose
3) Xtip: wat en functie + geef 2 andere soorten (all in one, ..?…)
1) Longitudinale tandfracturen (alles geven: classificatie, symptomen, klinische tekens, preventie, behandeling, prognose)
2) twee benaderingen van revascularisatie
3) kritische vergelijking Protaper en Profile

Dia’s:
– invaginatie
– histologisch preparaat fistel
– littekenweefsel
– RX Condensing osteitis
– RX Pulpa-obliteratie en dilaceratie
– Histologische coupe van een cyste
– Histologische coupe van externe inflammatoire resorptie (uit artikel)
– RX Endo-paroprobleem
– Pulpasteen
– Externe resorptie
– Histologische coupe van meervoudige cervicale resorptie
– SEM beeld van kanaal dat met EDTA en NaOCl was behandeld.
– Hybride thermafil techniek
– Geextrudeerde elementen na trauma
– dubbele invaginatie
– cementum dysplasie
– cervicale resorptie
– Onderpremolaren met dubbel kanaal geef percentage van voorkomen

Instrumenten bespreken
NiTi vijl, ruimer, hand prataper, profile, flexofile, Hyflex, Great taper, lentulovijl, spreider,condenser

2015
1) Longitudinale fracturen (locatie, richting, klinische tekens, prognose, behandeling, diagnose, preventie)
2) 2 aspecten van revascularisatie
3) profile vs protaper
4) externe cervicale resorptie (etiologie,pathogenese, diagnose, behandeling)
5) 1e boven PM (wortel en kanaalanatomie)
dia’s:
-foto cervicale resorptie door katten (uit artikel)
-papierpunt (artikel)
– taurodontie
– pulpastenen
– littekenweefsel
– calcospherieten
– 2 vultechnieken in 1 tand
– vervangingsresorptie
– verettering weefsel met uitbreiding fistel (histologische coupe), …
instrumenten:
flexofile, NiTi, zenuwtrekker, hyflex, lentulospiraal, profile, condenser, post space burr, spreider, protaper handfile
2014
Hoofdvraag: Afgebroken instrument in kanaal (etiologie, preventie, diagnose, behandeling)
Bijvragen:
– actuele visie op revascularisatie
– vergelijk protaper, profile
– externe cervicale resorptie (etiologie, pathogenese, diagnose, behandeling)
– onderhoektand
Dia’s: littekenweefsel, taurodontisme, invaginatie, vultechniek van 2 kanalen, apicaal granuloom coupe, pulpastenen/obliteratie, cholesterolkristallen, vervangingsresorptie, EM coupe van dentine(?) en nog 1
Vijlen: spreider, flexofile, zenuwtrekker, protaper, profile, lentulospiraal, gutta compactor, Hyflex CM en nog 2

2013

1. hoofdvraag:acute pulpitis: etiologie, behandeling, diagnose, ook met urgentie rekening houden
2. bijvragen:
-verschil tussen septische en aseptische necrose
-interne resorptie
-intrusie
-intra ossale verdoving
3. 10 foto’s
4. 10 vijlen herkennen

– beschrijf alles van perforaties (etiologie, behandeling, diagnose…)
– recente aanpak van revascularisatie
– vergelijk protaper en profile
– leg uit: PRRS
– beschrijf de OHT
-10 RX’en en histologische coupes
en tijdens het mondeling moet je nog eens 10 vijlen herkennen!!

2011

Hoofdvraag:
-Bespreek ultrasoontechnieken in de endodontie
-Bespreek dentogene sinusitis: oorzaken, diagnose, behandeling (moest je toepassen vanuit de cursus)
Bijvragen:

-Endoactivator?
-Wat is de recente aanpak inzake revascularisatie
-Geef een kritische vergelijking tussen Protaper en Profile
-Wat is het protective resorption resistant sheet (PRRS) (komt uit artikel van wind instruments)
-Bespreek Endovac
-N2 sargenti
Dia’s: -> hierbij zijn de op te zoeken artikels uit de les belangrijk!
-littekenweefsel na cyste (RX)
-taurodont (RX)
-dens in dente (RX)
-externe resorptie (RX)
-zilverpunten (RX)
-pulpastenen (RX)
-vervangingsresorptie (RX)
-histologisch beeld actinomyces (figure 4b uit persistent apical periodontitis)
-histologisch beeld uit artikel feline resorption (figure 3)
-histologisch beeld cyste (persistent apical periodontitis, figure 8)

vorige jaren

-hoofdvraag: bespreek de behandeling ve jonge patient (7j) met pulpa-expositie na een trauma
welke behandelingsplanning volg je?
– bespreek de beslissingsboom die je volgt bij een kind na trauma op de tand (blootliggende pulpa / open apex)
– naast de mechanische preparatie is er de chemische. geef de mogelijke irrigantia + desinfectantie , bespreek hun indicatie + werking

-4 bijvragen
* bespreek rx conus regel
* wat kan ortho doen met het endometium
* bespreek nut van ultrasoon in de endodontie
* bespreek wortelanatomie vd onderhoektand
– nieuwste technieken van apexresectie
– thermafill: voor en nadelen, indicaties, beperkingen
– RD: voor en nadelen
– hoe kan je weten of een tand vitaal/avitaal is
– WK anatomie + verloop bovenmolaar 1, hoe vind je de kanalen + tekening
– WK anatomie + verloop onderhoektand

dias
– thermafill RX
– laterale periodontitis RX
– interne resorptie met pulpanecrose + apicale periodontitis RX
– C- shape
– dens in dente RX

bijvragen + mondeling
– PAD
– dopler flow
– C-shape

Orthodontie en Dentofaciale Orthopedie – Prof. Willems

2016
1) De Leeway space
a) Wat is het?
b) Hoe wordt het beoordeeld?
c) In welke kaak is het het grootst?
d) Kan het de occlusie bepalen? Zo ja, in welke fase van de gebitsontwikkeling gebeurt dit dan?
e) Is prematuur verlies van melkelementen van belang? Zo ja, bij welke melkelementen.
2) Teken het anterior en posterior groeipatroon van de onderkaak en benoem alle verschillen.
b) Waar moet je op letten als je een behandeling van een klasse II,1 met HG doet bij anterior en posterior groeipatroon.
3) Bespreek de 6 punten van de orthodontische diagnose, geef een korte uitleg en 2 voorbeelden bij elk puntje.
4) Functionele apparatuur:
a) Indicatiegebied.
b) In welke fase van de gebitsontwikkeling gebruik je het (zijn er verschillen tussen jongens en meisjes)?.
c) Hoe werkt het?
d) Wat zijn de neveneffecten?
e) Wat zijn de beperkingen?

2015

1) schets de craniofasciale ontwikkeling en geef daarbij de uitleg hoe het catch up fenomeen van de onderkaak plaats vindt.
2) wat weet je over de intertransitionele fase? Wat is hier het belang voor de behandelingsplanning?
3) vraag van diagnose & behandelingsplanning
4) foto’s van een ventje en van zijn tanden: geef de diagnose

-> nieuwe prof sinds juni 2011, de vragen van vorige jaren staan er nog ter informatie…

2014

Reeks 1:
– Geef 3 voorbeelden hoe gelaatsontwikkeling en tandontwikkeling elkaar kunnen beïnvloeden en bespreek ze bondig.
– Is er een verschil in aanleg tussen beenderen van de schedelbasis en de schedelbeenderen en vanwaar komt deze discrepantie?
– Geef de structuur van de orthodontische diagnos en aandachtspunten voor het opstellen van de orthodontische behandelingsplanning.

Reeks 2:
– Geef 4 voorbeelden van invloed van weke weefsels op de gelaats- en tandontwikkeling en bespreek ze bondig
– Wat is de invloed van de neurale lijstcellen inzake vorming van het gelaat?
– Geef de structuur van de orthodontische diagnose en aandachtspunten voor het opstellen van de orthodontische behandelingsplanning

2013

1) 3 voorbeelden van relatie tandontwikkeling en ontwikkeling van het gelaat
2) vergelijken van groei en ontwikkeling schedeldak/schedelbasis
3) structuur van diagnostiek + aandachtspunten bij behandelingsplanning

-diagnose en aandachtspunten van de behandelingsplanning,
– wat is de rol van de neurale lijstcellen in de gelaatsontwikkeling
– geef 4 voorbeelden van invloed van functie en weke weefsels op de kaakrelatie

2012

1. Bespreek craniofaciale groei
2. Teken de occlusie van een klasse II/2 subdivisie links
3. Wat verstaat en onder ‘apical area’ en wat is het gevolg daarvan op de behandelingsplanning?
4. Wat kunnen oorzaken zijn van een asymmetrische open beet?

2011

Bespreekvragen:

– Verschil in ontwikkeling tussen schedeldak en schedelbasis + diagnose en aandachtspunten
– vergelijk 3 soorten activatoren
– ontwikkeling van de kaken
– Verschillende oorzaken van een asymmetrische open beet
– bespreek apical areas en hun betekenis voor de orthodontie

kleine vragen:

– Tooth size discrepantie
– uggly duckling stage

vorige jaren

door de prof zelf gegeven

Deel I A
1. Wat wordt bedoeld met intramembraneuze botvorming? Welke craniofaciale beenderen zijn van intramembraneuze oorsprong? Bestaat dergelijk mechanisme van osteogenese ook nog na de geboorte?
2. Wat wordt bedoeld met enchondrale botformatie? Welke craniofaciale beenderen zijn van enchondrale oorsprong?
3. Vindt er na de geboorte ook nog enchondrale botformatie plaats? Kunt u een voorbeeld geven in het dentofaciale complex? Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen epifysairgroei en condylaire groei.
4. Bespreek de prenataleaanleg van het aangezicht. Welke processus zijn daar bij betrokken; geef de fusielijnen aan van de verschillende processus in frontaal aanzicht.
5. Beschrijf de prenatale ontwikkeling van de onderkaak. Wat is de rol van het kraakbeen van Meckel? Waar begint de primaire ossifcatie van de onderkaak? Is de onderkaak een enchondraal of een membraneus gevormd bot ? Bespreek.
6. Beschrijf de primaire ontwikkelingen die tot een normale palatum- en lipsluiting zullen aanleiding geven.
7. Op welke faze van de embryonale ontwikkeling is het ontstaan van orofaciale schisis terug te voeren? Is dat verschillend bij de verschillende types?
8. Op welke leeftijd treden de eerste cellulaire veranderingen thv de tandlijst op? Door welke cellen worden de eerste lokale veranderingen veroorzaakt? Wat is de herkomst van deze cellen? Bespreek
9. Wat is de definitie van oligodontie? Bespreek 3 genen waarvan op dit ogenblik bekend is dat mutaties ervan oligodontie kunnen veroorzaken.
10. Welke type van overerving is van toepassing bij de PAX9-, MSX1-, en RUNX2-genmutaties? Wat betekent dat concreet voor de afstammelingen van ouders waarvan 1 de mutatie heeft?
11. Over welk fenotype gaat het wanneer er een RUNX2 mutatie aanwezig is in het genotype van een patiënt? Welke zijn de algemene en de specifieke dentofaciale kenmerken?
12. Over welk fenotype gaat het wanneer er een FGFR2 mutatie aanwezig is in het genotype van een patiënt? Welke zijn de algemene en de specifieke dentofaciale kenmerken?
13. Bespreek de gevolgen van craniosynostose voor de groei van de schedel.
14. Welke zijn de gevolgen van ectodermale dysplasie voor het dentofaciale complex?
15.. Welke types schisis kunnen zoal worden onderscheiden? Welke is de incidentie van schisis in onze Westerse populatie? Bespreek de oorzaken van orofaciale schisis.
16. Bespreek de groei van de bovenkaak en alle processen die daarmee te maken hebben. Tot wanneer (leeftijd) kan sutuurexpansie worden uitgevoerd ? Wat is de biologische achtergrond van sutuurexpansie?
17. Tijdens de groei treden proportieveranderingen op in het gelaat. Geef in een tekening die veranderingen aan de face en in profiel. Hoe zijn deze veranderingen te verklaren?
18. Wanneer vindt de groeispurt plaats van de onderkaak en van de bovenkaak? Zijn er verschillen voor jongens en meisjes? Heeft dit implicaties voor de orthodontische behandelingsplanning. Zo ja, welke? Zo nee, bespreek.
19. Welke biologische leeftijden kunnen we onderscheiden? Bespreek in het kort hoe ze kunnen worden bepaald? Speelt de biologische leeftijd een rol bij de planning van orthodontische behandelingen
20. Ziet u een toepassing voor de bepaling van de dentale leeftijd? Welke is de meest frequent gebruikte methode hiervoor?
21. Bespreek alle verschillen die aan te merken zijn tussen de gelaatsgroei (incl de kaakgroei) tussen jongens en meisjes
22. Bespreek enkele milieufactoren die van belang kunnen zijn bij de ontwikkeling en groei van het dentofaciale complex?
23. Bespreek de veranderingen in het dentofaciale complex die het gevolg kunnen zijn van langdurige neusobstructie.
24. Vormt het alveolair bot een autonoom groeicentrum?
25. Bespreek de verschillen tussen botgroei en kraakbeengroei.
26. Bespreek de verschillen in onderkaaksgroei bij de 2 extreme types van groeirotatie alsook de implicaties ervan op remodeling van het kaakopppervlak en op de eruptie van de gebitselementen.
27. Wat is de definitie van een synchondrose? Welke synchondroses zijn nog actief in de dentofaciale groei na de geboorte? Bespreek hun effect.
28. Bespreek de timing (van 0 tot 30 jaar) van de groei en de adaptabiliteit van:
– de suturen
– het parodontium
– de condylus
– het periost
29. Teken in sagittaal aanzicht de groeigebieden van het gelaat en geef van elk groeigebied aan in welke richting deze bijdraagt (bijdragen) tot de gelaatsgroei. Geef ook aan over welk type groei het gaat.
30.. Wat betekent het begrip Apical Area? Geef de indeling aan die wij meestal gebruiken en waarvoor ze dienst kunnen doen? Op welke wijze worden de onderdelen van de AA beoordeeld? Welke records heeft u nodig voor de analyse van de AA?
31. Geef de kenmerken van een kleine versus een grote achterste (voorste, middelste) AA aan voor de bovenkaak en voor de onderkaak. Geef alle verschillen duidelijk aan in een tekening.
32. Bespreek de verschillen tussen “Transformation” en “Displacement” van bot en geef tevens van elk een reëel voorbeeld aan in het dentofaciale complex.
33. Bespreek de hypothese van de “Functional Matrix Theory” – van Moss.
34. Bespreek de hypothese ivm de sturende rol van de onderkaak bij de groei van het gelaat.
35. Bespreek en illustreer de hypothese van de rol van de intra en extra-orale weefsels op de groei van het gelaat
36. Geef in twee aparte tekeningen van het gelaat in profiel een anterior en een posterior groeipatroon aan en differentieer met pijltjes waar de verschillen in de groei precies zitten.
37. Geef in een tekening aan welke groeigebieden van belang zijn bij de groei van het onderste derde van het gelaat en welke bij het middenste derde van het gelaat.
38..Beschrijf kort wat er zich in elk van de fasen van de gebitsontwikkeling voordoet .
39. Prenataal zijn de fronttanden meestal in crowding aangelegd. Hoe verklaart men dat dit bij de doorbraak van de melktanden meestal niet het geval is? Specifieer voor boven- en onderkaak.
40. Wat wordt verstaan onder het kegeltrechtermechanisme? Geef een voorbeeld.
41. Wat wordt verstaan onder het dento-alveolaire compensatiemechanisme? Geef een voorbeeld in de sagittale en de transversale richting.
42. Wanneer vindt het hoektandverbredingsmechanisme plaats.
43. Wat wordt bedoeld met het “ugly duckling” fenomeen? Bespreek in welke fase van de gebitsontwikkeling zich dit voordoet.
44. Wat is het verschil tussen impactie en retentie? Geef een voorbeeld van elk.
45. Hoe kunnen worteldilaceraties tot stand komen?
46. Bespreek de factoren die een rol spelen bij de evenwichtspositie van de gebitselementen.
47. Hoe is de drukverhouding van de tong en deze van de lippen op de gebitselementen. Hoe kunnen GE in evenwicht staan bij een grotere druk van de tong dan van de wangen / lippen?
48. Bespreek de functionele factoren die een rol spelen bij de ontwikkeling van het gebit en bij de gelaatsgroei.
49. Bespreek het proces van de eruptie? Wanneer begint een tand aan zijn eruptie? Zijn er versnellingen/vertragingen te merken in het eruptieproces?
50. Wanneer breken tanden door? Welke factoren beïnvloeden het eruptieproces voor en na de doorbraak?
51. Wat wordt verstaan onder het “Romeinse boogprincipe”? Kan dit principe worden toegepast bij de orthodontische behandelingsplanning? Licht uw antwoord toe.
52. Welke rol spelen de supra-alveolaire vezels in de orthodontie? Bespreek de indicaties voor fibrotomie.
53. Bespreek de rol van de aanwezigheid en van de grootte van gebitselementen op het extra-orale mondprofiel.

Deel I B
1. Bespreek de afwijkingen in / tussen de tandbogen.
2. Bespreek de transversale occlusie-afwijkingen en de functionele afwijkingen die hiermee gepaard kunnen gaan, alsook hun etiologie. Hoe gaat u te werk voor diagnose van een dwangbeet?
3. Wat wordt een normaal afsluitingsvlak aanzien in de intertransitionele periode? Waarvan is de evolutie hierin afhankelijk?
4. Wat wordt verstaan onder primaire, secundaire en tertiaire crowding? Waardoor worden ze respectievelijk veroorzaakt?
5.Bespreek hoe U te werk gaat bij een apical area analyse op een OPG. Specifieke kenmerken van een kleine/grote apical area in voorste/ middenste/ achterste deel van de AA in boven- en onderkaak.
6. Bespreek de verschillende mogelijke oorzaken en gevolgen van prematuur verlies van melkelementen.
7. Bespreek de effectbepalende factoren bij prematuur verlies van melkelementen, in het bijzonder van de 2e melkmolaren?
8. Wat betekent ankylose? Wat wordt gedefinieerd als “vroegtijdige” ankylose? Wat zijn de gevolgen van “vroegtijdige” versus “laattijdige” ankylose? Bespreek het belang van dit onderscheid voor de klinische context.
9. Bespreek de primaire en secundaire kenmerken bij Kl II,1 , Kl II,2 en Kl III afwijkingen.
10. Wat is een Kl III/ Kl II, subdivisie ? Bespreek de occlusie-afwijkingen in het front.
11. Hoe kan een dwangbeet worden gediagnosticeerd? Bespreek de verschillende verschijningsvormen van dwangbeten.
12. Bespreek het verschil tussen een laterale dwangbeet en een laterale kruisbeet. Hoe verloopt het sluitingspad igv een laterale dwangbeet en een laterale kruisbeet?
13.Bespreek de oorzaken van open beten?
14. Waarin verschilt de normale gebitsontwikkeling van deze waarbij een totale openbeet aanwezig is ?
15. Wat zijn de gevolgen van duimzuigen op de ontwikkeling van het gebit en de groei van de kaken?
16. Bespreek de functionele kenmerken die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het gebit / op de groei van het gelaat
17. Wanneer vindt het hoektandverbredingsmechanisme plaats in boven- en ondertandboog ? Beschrijf het mechanisme en wat de gevolgen ervan zijn voor de tandbogen
18. Wordt de timing van orthopedische behandelingen afgestemd op de timing van de algemene groei ? Bespreek.
19. Vergelijk de kenmerken van een posterior en anterior groeipatroon van de onderkaak. Waarop zijn deze verschillen terug te voeren ? Hoe kan een groeipatroon van de onderkaak worden vastgesteld?
20. Waar ligt het centrum van groeirotatie in gevallen van anterior en posterior groeipatroon ?
21. Geef in een tekening de groeirichting aan van de condylus in geval van een anterior en een posterior groeipatroon. Is de eruptierichting van de gebitselementen beïnvloed bij deze verschillende rotatiepatronen.
22. Wanneer beginnen gebitselementen aan hun eruptie? Geef het verloop van de eruptie van gebitselementen aan vanuit hun aanlegpositie tot het bereik van het occlusievlak? faze van eruptie voor doorbraak ? eruptie na doorbraak ?
23. Welke factoren beïnvloeden de eruptie na doorbraak? na hun eruptie?
24. Geef in een tracing van het hoofd de verschillende groeigebieden aan. Geef ook aan in welke richting deze groeigebieden bijdragen aan de faciale groei.
25. Welke types van botgroei worden gevonden in het craniofaciale skelet? Noem de belangrijkste onderlinge verschillen.
26. Bespreek de mogelijkheden voor beïnvloeding van de kaakgroei in geval van een distorelatie / een mesiorelatie in functie van de verschillende oorzaken van deze afwijkingen.
27. Welke gevolgen heeft ectodermale dysplasie in het dentofaciale complex?
28. Beschrijf enkele bekende genetische condities waarbij zich agenesieën voordoen.
29. Is er een genetische verklaring waarom jongens gemiddeld groter zijn dan meisjes?
30. Welke gevolgen kunnen geslachtschromosomale afwijkingen hebben op de afmetingen van de gebitselementen?
31. Kunnen de gelaatsafmetingen beïnvloed worden door milieufactoren?
32. Beschrijf de groei van de bovenkaak en onderkaak van de geboorte tot de volwassenheid en alle types groei die daarbij een rol spelen.
33. Beschrijf de groei van de bovenkaak en onderkaak van de aanleg tot de geboorte.
34. Vormen de alveoles bot een autonoom botgroeicentrum? Bespreek.
35. Wat wordt bedoeld met “Technology Bypass” i.v.m. distractie osteogenese?
36. Bespreek
1) de algemene gevolgen van craniosynostose voor de groei van de schedel
2) de algemene gevolgen van craniosynostose van de coronale sutuur.
37. Hoe verklaart u dat de bovenfronttanden de grootste variatie in labiolinguale positie vertonen van alle blijvende gebitselementen?
38. Bespreek de veranderingen in gelaatsgroei die het gevolg kunnen zijn van langdurige neusobstructie.

Deel II
1/ Bespreek een 5-tal etiologische factoren van orthodontische afwijkingen.
2/ In welke drie grote groepen worden orthodontische afwijkingen meestal ingedeeld? Bespreek enkele (een 3-tal) in elke categorie.
3/ Welke zijn de voordelen en beperkingen van de klassificatie volgens Angle?
4/ Wat zijn de voornaamste bedoelingen van het eerste consult? Welke zijn de belangrijkste aandachtspunten? Schets grosso modo het verloop ervan.
5/ Schets het verloop van het uitgebreid orthodontisch onderzoek. Welke zijn de standaardrecords die worden verzameld in deze sessie?
6/ Bespreek de aandachtspunten tijdens :
– de anamnese
– het extra-orale orthodontische onderzoek
– het intra-orale orthodontische onderzoek
– het radiologisch onderzoek van de panoramische RX
– de gebitsmodellen
7/ Hoe gaat U systematisch te werk voor de interpretatie van een panoramische RX voor de orthodontische diagnose ?
8/ Welke zijn de meest frequente bijkomende records (buiten de standaard records) die voor de orthodontische diagnose en behandelingsplanning ? Waartoe worden deze dan aangevraagd.
9/ Wanneer wordt voor het opstellen van het behandelingsplan besloten tot het maken van een
– een occlusale RX
– een handpolsfoto
– een CT -opname
Bespreek de klinisch orthodontische relevantie van elk van deze records

10/ Waartoe is het ivm de orthodontische behandelingsplanning nogal eens nuttig om een set up te maken ?
11/ Bespreek de systematische modelananlyse.
12/ Hoe gaat U te werk voor het bepalen van :
– de ALD ?
– de MDA ?
– de TSD ?
13/ Hoe wordt de orthodontische diagnose systematisch geformuleerd ? Geef een toelichting bij elk item.
14/ Bespreek de functionele / tandheelkundige / psycho-sociale indicaties en tegenindicaties voor orthodontische behandeling.
15/ Bespreek 4 orthodontische afwijkingen die spontaan zullen verbeteren tijdens de verdere ontwikkeling en groei.
16/ Geef een vijftal interceptieve maatregelen waarmee bepaalde ontwikkelingen een gunstiger verloop zullen kennen.
17/ Welk is het ideale aanvangstijdstip bij de verschillende klassen (vlg Angle) van orthodontische afwijkingen. Licht Uw antwoord kort toe.
18/ Bespreek de mogelijkheden en beperkingen van orthodontische behandelingen uitgevoerd met :
– plaatapparatuur
– linguale, palatale en buccale bogen
– functionele apparatuur
– extra-orale tractie
– gecombineerde functionele en extra-orale apparatuur
– uitgebreide vaste apparatuur
19/ Geef enkele indicaties voor de behandeling met :
– plaatapparatuur
– linguale, palatale en buccale bogen
– functionele apparatuur
– extra-orale tractie
– gecombineerde functionele en extra-orale apparatuur
– uitgebreide vaste apparatuur
20/ Welke zijn zoal de orthodontische mogelijkheden voor het vergroten van de lengte van de tandbogen? Is er in deze een verschil tussen de boven- en ondertandboog aan te merken ?
21/ Bespreek de factoren die een rol spelen in de beslissing van het extraheren van gebitslementen in functie van de orthodontische behandeling.
22/ Noem enkele tegenindicaties voor het uitvoeren van extracties in de onderkaak / in de bovenkaak.
23/ Welke is de indicatie voor het gebruik van een headgear met asymmetrische lengte van buitenbenen?
24/ Welke retentieprocedures worden aanzien als standaard voor de retentie na orthodontische behandeling in de bovenkaak en de onderkaak? Wanneer wordt hiervan zoal afgeweken?
25/ Wat is de standaardoplossing voor de behandeling van een ongecompliceerde Kl II, 1 malocclusie bij een volwassen patiënt?
26/ Bespreek de behandelingsplanning bij patiënten met een KL II,1 malocclusie. Welke factoren bepalen de keuze van de verschillende mogelijke behandelstrategiëen?
27/ Noem en bespreek enkele verschillende behandelingsmogelijkheden igv een traumatisch verlies van een centrale bovenincisief.
28/ Bespreek enkele dentale factoren (afwijkingen, problemen, condities …) die de behandeling van KL II,2 malocclusies kunnen bemoeilijken.
29/ Welke factoren spelen een rol bij de stabiliteit van orthodontische correcties ? Welke maatregelen kunnen zoal genomen worden om de stabiliteit te bevorderen ?
30/ Wanneer wordt best gestart met de behandeling van een Kl III malocclusie. Bespreek en motiveer Uw antwoord.
31/ Bespreek verschillende mogelijke behandelingsopties en hun gevolgen in geval van agenesie van 2 laterale bovensnijtanden / 2 tweede onderpremolaren bij een patient van 10 jaar. Geef enkele voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden.Van welke factoren zal uw behandelingsplan zoal afhangen?
32/ Hoe kan een probleem van TSD worden opgevangen in de orthodontische behandelingsplanning ?
33/ Wat is het criterium voor de diagnose van een vroegtijdige en een laattijdige ankylose van melkelementen ? Is er een verschil in de gevolgen van beide problemen? Is er een verschil in aanpak van beide problemen ? Bespreek
34/ Hoe komt U tot de diagnose van de lokalisatie van een geïmpacteerde bovenhoektand ?
35/ Bespreek de behandelingsplanning en retentieprocedure in geval van frontale open beten.
36/ Hoe gaat U te werk
– om een duimzuiggewoonte af te leren
– om incompetente lipsluiting te stimuleren
37/ Bespreek de behandelingsplanning voor de correctie van :
– een laterale dwangbeet
– een protrale dwangbeet
38/ Welke orthopedische apparatuur wordt gehanteerd igv hypoplastische bovenkaak? Bespreek de effecten en neveneffecten van behandeling met deze apparatuur
39/ Geef een beschrijving van de typische gelaatskenmerken bij een patiënt met een gecorrigeerde spleet van lip, kaak en gehemelte.
40/ Bespreek de indicaties van de behandeling dmv orthopedische plaatapparatuur bij neonati met een spleet van lip, kaak en gehemelte
41/ Waartoe wordt vaak een bottransplantaat uitgevoerd bij patienten met een spleet van de kaak rond de leeftijd van 8 jaar ?

Extra vragen (overlap is mogelijk met vorige lijsten)

1. Geef 6 verschillen tussen kraakbeen en bot. In welke zin verschillen ze in groei ?
2. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen epifysairgroei en condylaire groei.
3. Waar vinden we membraneuze botformatie en waar enchondrale botformatie bij de groei van het hoofd? Zijn er verschillen tussen de prenatale en de postnatale fase.
4. Wat wordt verstaan onder botoppervlakte remodelling? Geef de verschillen aan tussen transformation en displacement (volgens Enlow). Geef ook een voorbeeld van elk thv de craniofacial groei. Welke cellen zijn hier bij betrokken?
5. Geef 6 verschillen tussen kraakbeen en bot. In welke zin verschillen ze in groei ?
6. Bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen epifysairgroei en condylaire groei.
7. Waar vinden we membraneuze botformatie en waar enchondrale botformatie bij de groei van het hoofd? Zijn er verschillen tussen de prenatale en de postnatale fase.
8. Bespreek de groei van de bovenkaak en alle processen die daarmee te maken hebben
9. Tot wanneer (leeftijd) kan sutuurexpansie worden uitgevoerd ? Wat is de biologische achtergrond van sutuur expansie?
10. Beschrijf de groei van het schedeldak. Waardoor wordt de groei van de schedel beïnvloed?
11. Waardoor wordt de vorm van de onderkaak bepaald? Beschrijf de groei van de onderkaak, vanaf de primaire aanleg tot de volwassenheid. Wat is de rol van het kraakbeen van Meckel? Waar begint de primaire ossifcatie van de onderkaak? Is de onderkaak een enchondraal of een membraneus gevormd bot ? Verklaar.
12. Geef twee voorbeelden van het DAC : 1 in sagittale en 1 in transversale zin.
13. Speelt de interdigitatie een sturende rol in de groei van de kaken? Licht Uw antwoord toe
14. Bespreek de factoren die een rol spelen bij de evenwichtspositie van de gebitselementen.
15. Hoe kunnen GE in evenwicht staan bij een grotere druk van de tong dan van de wangen/lippen?
16. Bespreek de drukverhouding van de tong en deze van de lippen op de gebitselementen.
17. Bespreek de functionele factoren die een rol spelen bij de gelaatsgroei en bij de ontwikkeling van het gebit.
18. Bespreek en illustreer de hypothese van de rol van de intra en extra-orale weefsels op de groei van het gelaat
19. Bespreek de verschillen tussen een kleine en een grote voorste/middelste en achterste apical area in de bovenkaak/onderkaak. Hoe kunt U dit in de klinische situatie beoordelen?
20. Welke veranderingen in de verschillende onderdelen van de apical area’s zijn er te verwachten tijdens de groei?
21. Hoe verloopt het proces van eruptie? Wanneer begint een tand aan zijn eruptie? Zijn er versnellingen/vertragingen te merken in het eruptieproces?
22. Wanneer breekt een tand door? Zijn er factoren die het eruptieproces en de doorbraak beïnvloeden?
23. Wat wordt verstaan onder het “Romeinse boogprincipe”?
24. Welke rol spelen de supra-alveolaire vezels in de orthodontie? Bespreek de indicaties voor fibrotomie
25. Bespreek de rol van de aanwezigheid en van de grootte van gebitselementen op het extra-orale mondprofiel
26. Geef in het tekening van het gelaat in profiel met pijltjes de richting aan waarin de verschillende groeigebieden actief zijn of bijdragen aan de groei. Geef in twee aparte tekeningen van het gelaat in profiel een anterior en een posterior groeipatroon aan en differentieer met pijltjes waar de verschillen in de groei precies zitten.
27. Geef in een tekening aan welke groeigebieden van belang zijn bij de groei van het onderste derde van het gelaat en bij het middenste derde van het gelaat.

Pathologische ontleedkunde – Prof. Tousseyn en Hauben
2016
– bespreek groeifactorreceptoren in kader van kanker. werk 1 voorbeeld gedetailleerd uit
– bespreek de wondheling + wat is het verschil tussen heling en herstel
– bespreek de integriteit vd mondmucosa
– bespreek epidermolysis bullosa (pathogenese, kliniek, histologie en met welke aandoeningen gerelateerd)
– bcl2 is een tumor bevorderend pro-oncogen? 
– preparaat van pempighus : door IgM tegen desmogleine? 
– leiomyosarcoom is tumor van: glad spierweefsel, gestreept spierweefsel, vet, ? 
– preparaat van extrinsieke allergische alveolitis. Wat soort ontsteking is dit: acuut, chronisch, membraneus, fibreus? 
– necrose
– type II overgevoeligheid
– mucoepidermoid carcinoom (epidemiologie, histologie, etiologie en verloop)
– recidiverende afteuze stomatits (epidemiologie, histologie, etiologie en verloop)

2015
1) bespreek de fasen van de acute ontstekingsreactie en leg elke stap kort uit.
2) wat zijn tumorsuppressorgenen? Hoe werken ze? Waar grijpen ze op in? werk 1 voorbeeld uit met eventueel een schema
3) geef de beschermingsmechismen in de mond en leg kort uit
4) bespreek acinair cel carcinoom: etiologie, prognose, type cel, etc.

2014

reeks 1
reeks 2

2013

bespreek de vasculaire veranderingen bij een exsudatieve ontsteking.
Bespreek de pre-maligne aandoeningen van de mondmucosa
Preparaat: migratoire glossitis, parakeratotische cyste en dermatitis herpetiformis

leg uit hyperplasie, metaplasie, dysplasie +vb
Geef mechanismen van subepitheliale blaarvorming in mondmucosa +vb

2011

Tousseyn: 2 vragen uit volgende lijst

– Bespreek de normale groei, differentiatie en turn-over van cellen en weefsels
– Bespreek apoptose
– Bespreek oorzaken en gevolg van celbeschadiging
– Bespreek 5 types van necrose en geef van elk een voorbeeld
– Bespreek 4 types van persisterende celbeschadiging en geef van elk een voorbeeld
– Hoe dragen proto-oncogenen bij tot de ontwikkeling van tumoren? Geef voorbeelden
– Hoe dragen tumor-suppressorgenen bij tot de ontwikkeling van tumoren? Geef voorbeelden
– Hoe dragen oncogene virussen bij tot het ontstaan van kanker? Geef voorbeelden
– Bespreek 3 factoren die de prognose van maligne tumoren bepalen
– Bespreek de gradering en stadiering van maligne tumoren
– Bespreek het principe van invasie en metastasering van maligne tumoren
– Bespreek schematisch ischemie en infarct
– Bespreek schematisch thrombose en embolie
– Bespreek atherosclerose
– Bespreek de vasculaire wijzigingen die zich voordoen tijdens de exudatieve ontsteking
– Bespreek de adhesie en emigratie van ontstekingscellen tijdens de exudatieve ontsteking
– Bespreek de cellen betrokken in de acute exsudatieve ontsteking
– Bespreek de rol van chemische mediatoren in de acute, exudatieve ontsteking
– Bespreek de fagocytose
– Bespreek de latere fasen van de acute ontsteking, en bespreek de chronische ontsteking
– Bespreek de principes van wondheling en herstel
– Bespreek de 4 vormen van immunologisch gemedieerde weefselbeschadiging
– Bespreek auto-immuniteit

Hauben:

– foto van een nodulair letsel in de wangmucosa. Welk type letsel is dit en wat kan het allemaal zijn? (reactieve pseudotumor, die zien er allemaal hetzelfde uit, maar verschillende histologie)
– bespreek de inflammatoire cysten (pathogenese, klinisch, histologisch)

Vorige jaren ( andere prof)
– bespreek de oorzaken en morfologie van celbeschadiging
– bespreek apoptose en necrose
– bespreek de vasculaire wijzigingen die zich voordoen tijdens de exudatieve onsteking
– bespreek adhesie en emigratie van ontstekingscellen tijdens exudatieve ontsteking
– bespreek fagocytose
– bespreek principes van heling en herstel
– bespreek de 4 normen van immunologisch gemedieerde weefselbeschadiging
– bespreek schematisch trombose, embolie en infarct
– bespreek de verschillende verdedigingsfactoren die werkzaam zijn in de mond
– bespreek de diffrentieatie, gradering en stadiering van tumoren
– bespreek de oorzaken en betekenis van tumor progressie
– bespreek de principes van invasie en metastasering
– bespreek de intra-epitheliale bulleuze aandoeningen vh mondslijmvlies
– bespreek de sub-epitheliale bulleuze aandoeningen vh mondslijmvlies
– bespreek de goedaardige en premaligne epitheliale tumoren vd mond
– bespreek de premaligne en maligne aandoeningen van lip en mondslijmvlies
– bespreek monomorf en pleoplorf adenoma
– bespreek het adenoid cystic carcinoma vd speekselklieren
– bespreek het acinic cell carcinoma vd speekselklieren
– bespreek het muco- epidermoied carcinoma vd speekselklieren
– bespreek de orale manifestaties van HIV- infectie en aids
– naamgeving tumoren + pas deze toe op mondholte / speekselklieren
– histo opbouw en cytologie van tumoren
– normale groei en turnover van cellen en weefsels
– bespreek latere fasen van acute ontsteking & chron ontsteking
– bespreek principes carcinogenese
– rol chemische mediatoren in acute exudatieve ontsteking
– plaveiselcelcarcinoom in de mondholte
– mucoepidermoid & carcinoma ex pleomorf adenoom
– pathologie v aandoeningen mbt opp ontstekingsinfiltraat in de mondholte

letsel
– lichen planus

dia
– pemphicus vulgaris

Mondheelkunde en mondziekten – Prof. Schoenaers
2016
Politis:
– HEPA filter
– Kritische elementen voor een goede tat
– Bespreek de pre-orthodontische/orthognatische streefwaarden voor de bovenkaak en onderkaak en verklaar nader!
– Bespreek de spiertractie bij een condylusfractuur aan de rechterkant
– Geef contra-indicaties voor topische hemostatica bij Alveole na extractie. 
– Beschrijf wat ter hoogte van boven en onderfront bereikt moet worden voor orthognatische
– Vanaf wanneer is een periCORONAIRE radiolucentie bij een M3 verdacht en wat zijn in dat geval de differentiele diagnoses
– een condylusfractuur volledig rechts, bespreek de spieren die daarop gaan inwerken
– wondheling bij onbetande onderkaak
– contra-indicaties orthognatische chirurgie
– wat zijn de warning signs die je in acht moet nemen bij conserverende behandeling peri apicale opklaring om later delay naar dokter te vermijden?
– Zowel ortho inlijnen als TAT hoektand kunnen beiden ernstige gevolgen hebben. Waarom?
– genetische, hormonale en syndromale oorzaken van geïmpacteerde hoektanden
– Wat is het tubercum impar en welk deel van de tong wordt door de 2de KB gevormd?
– Wat zijn de verschillen/gelijkenissen tussen Le Fort I, II en III (ken je ook de verschillende osteotomieën?)
– Nederlandse richtlijnen profylactische verwijdering wijsheidstand (in tabelvorm)
– Teken en vergelijk de vestibulumplastiek volgens Kazanjian en Edlan-Mechjar

Schoenaers:

 – atmosferische druk ook in mmHg
– bloeddruk, hoe hoog spuit uw bloed als ge uw a. Carotis doorsnijdt
– absolute nulpunt
– alle aftakkingen Vd n.frenicus
– lipschutz lichaampjes
– bijwerking van phenytoine
– referred pijn
– de nobelprijs winnaar van Polen
– iets over de anatomie van buideldieren
-de vasculosympathische faciale pijnen (artitis temporalis staat ook onder dat puntje maar is technisch gezien geen sympathische aandoening, klein weetje)
– radiculaire cyste
– wanneer ontstaat een pseudo klasse 3
– Candidiasis (+actinomycosis uitleggen)
– actinomyces histologisch
– hoe ziet actinomyces er klinisch uit
– hoe ga je onderzoeken of het actinomyces is
– wat komt er uit de actinomyces wonde als je erop duwt
– smokers palate
– Occlusie en articulatie
– Schrijfwijze 2e linker onder melk incisief
– Bespreek branchiogene cystes
– Verkleuring van de mondmucosa/gingiva
– Schrijfwijzen rechtsbovenmelkincisief
– Bespreek amelogensis imperfecta, ziekte van Leye, Mond en Klauwzeer
– Abcessen en flegmonen
– Kaakbeencysten en basaalcel naevus syndroom
– Beschrijf pathologie TMJ aan de hand van de structuren
– Hoe maak je onderscheid tussen congenitale, verworven en omgevingsfactoren bij amelogenesis imperfecta
– SJS en erythema multiforme
– Trigeminusneuralgie
– Vergelijk acute dentogene en acute rhinogene sinusitis
– Amelogenesis imperfecta kent syndromale, omgevingsfactoren en chemische inwerkingen, leg uit
– Bespreek: EEM/Steven Johnsom/ziekte van Leye
– Bespreek: Ziekte van Beçhet/Hand-foot-mouth disease
– Bespreek alle pathologie van het kaakgewricht.
– Teken de 1e bovenmelkincisief
– Vasculosympatische pijn
– Herpes vs. Aften (etiologie, symptomen, diagnose, behandeling)
– Afwijkingen hals benomen (inclusief alle anatomie)
– Botombouw met hyperparathyreoidie en Paget en invloed daarvan op de kaak
– von Recklinghausen en de relatie met camciumneerslag in de vaatwanden.
– Amelogenesis imperfecta
– Schrijfwijzen 2de rechter onder melkmolaar

2015
Schoenaars
1)trigeminus neuralgie
2) herpes vs afteuze stomatitis
3)schrijfwijze rechter 2e boven melkmolaar
1)Trigeminusneuralgie (Wat doen ze bij een janetti operatie?)
2) Candidiasis (hoe Candida kleurt op gramkleuring, wat actinomyces typisch veroorzaken in de mond, wat het verschil is tussen fungi en schimmels. Welke typische ziekte geeft klinisch een bandvormige zwelling van de gingiva, Wat de behandeling is van gingivahyperplasie bij phenytoïne en hoe achteraf voorkomen? ken je nog andere medicatie waarbij achteraf door gewoon te poetsen nog steeds hyperplasie optreedt?)
3) Rechter boven 2e melkmolaar (Waardoor wordt perlèche veroorzaakt?)
1) Occlusie, articulatie en Angle classificatie
2) Abces en flegmone van de peri-orale loges, heelkunde en AB
3) Linker 2e onder melkincisief
1) Amelogenesis imperfecta
2) kaakbeen cysten, basaal cell naevus syndroom
3) schrijfwijzen 2de linker boven molaar

1) Bespreek de embryonale afwijkingen van hoofd, hals en in het bijzonder de mond.
2) Bespreek sinusitis maxillaris.
3) Alle schrijfwijzen van de centrale rechter onder melkincisief

Politis  
-emfyseem
-pt met postoperatief een ipsilaterale hypoesthesie van de tong + smaak aantasting; wat had je beter gedaan om te voorkomen, wat zijn de mogelijke oorzaken, wat is je therapeutische houding
-het decontaminatieschema van S… (Nooit gezien nergens, dus moesten we gewoon decontaminatie v instrumenten beschrijven v schoen)
-extractiebeleid bij pt met coumarine-derivaten
-wat zie je op een rx na TAT

-Smeercontaminatie hoe voorkomen?
-Wat doe je om peroperatieve bloeding van de alveole te stoppen? 
-Wanneer AB profylactisch geven? 
-Hoe benader je een doorgeschoten wortelrest in de fossa canina? 
-Wat is het extractiebeleid bij: vrouw 2 maanden zwanger, nierdialyse, niertransplant, chemotherapie, bestraalde BK en OK tot 70 Gy

– beleid van Nederland ivm WHT
– gebruik van adrenaline bij LA bij het trekken van een wortelrest
– ankylose van TAT 13 
– wat te doen als Peri-apicale opklaring niet van odontogene oorsprong is 
– irritatie fibroom: beleid

2014

reeks 1
Politis:
-Wat is het risico dat een extractie van de onderwijsheidstand beschadiging van de n lingualis veroorzaakt? Hoe kan men dat voorkomen? Hoe stelt men de diagnose van die beschadiging?
-Definieer smeercontaminatie en kruisinfectie. Hoe kan dit in de praktijk voorkomen worden
-Wat is het risico dat er bij een extractie een bucco-antrale opening ontstaat? Wat zijn de oorzaken hiervan na extractie? Wat zijn de oorzaken van recidief? Wat is het risico op recidief?
-Welke ‘raad’ geef je bij een extractie bij een patiënt die een lage dosis aspirine neemt en clopidogrel?

Schoenaers:
– embryologische afwijkingen in gelaat, hals, mond
– vergelijk herpes met aftosis
-schrijfwijzen van 2e onder melkmolaar

reeks 2
Schoenaers:
– Bespreek het verloop van de apicale abcesvorming en zijn voorkeurslokalisaties, en geef de behandelingen.
– Pseudocysten en cystische tumoren; waarom is differentiële diagnose met dentogene cysten belangrijk?
– Schrijfwijze 1ste linker bovenmelkmolaar

Politis
– Wat is het risico dat een extractie van de onderwijsheidstand beschadiging van de n. alveolaris inferior veroorzaakt? Hoe kan men dat voorkomen? Hoe bepaalt men dit risico om tot een behandelplan te komen?
– Wat is het seroversie-risico bij het prikken van een besmette naald diep in de huid mbt Hepatitis B en HIV?
– Wat zijn de oorzaken van een geimpacteerde hoektand en wat zijn de behandelingsopties als de behandeling met orthodontie gefaald heeft?
– Welke aanbevelingen geef je bij een tandextractie van iemand die coumarine-derivaten neemt?

2013

Schoenaers:
– Trigeminus neuralgie,
– candidiasis
– schrijfwijzen van 2e boven melkmolaar rechts.
Politis:
– Geef 5 contra-indicaties voor apexresectie
– teken de 6 klassen van Cawood voor de anterieure mandibula
– Wat is er van belang voor het slagen van een tandtransplantatie van M3 naar M1
– Short Implants: hoe diep moet de incisale rand van uw implantaat zijn tov de alveolaire kam

Schoenaers
– occlusie en articulatie en Angle classificatie
-Abces en flegmone, perio-orale loges?, heelkunde en AB
-manieren om 2e melkonderincisief te noteren
Politis
-afkortingen MTA, super-EBA, IRM
-verschil primaire, secundaire en tertiaire hemostase
-sertix
-contra-indicaties voor matige sedatie

Schoenaers:
1. a) Bespreek cystes in de hals
b) radiculaire cyste (definitie, oorzaak, diagnose, anatomisch, histologisch, DD, verwikkelingen,… )
2. ROU: afteuze stomatitis en herpes. Allebei bespreken en vergelijken
3. Geef alle schrijfwijzen voor de 1e onder melkmolaar rechts

Politis:
1. Op wat moeten we letten bij een apicale RX bij een tand die getransplanteerd is?
2. Bespreek desinfectie voor instrumenten van de ‘kritische’ fase
3. Geef 10 indicaties voor een apexresectie
4. Geef 10 eigenschappen van een goede verwijsbrief

2011

Bespreek:

– embryonale afwijkingen
– vergelijk herpes met aften
– lokale anesthesie
– alveolitis en antrumperforatie
– occlusie en articulatie + indeling volgens angle
– tandabces +flegmonen
– alle mogelijke schrijfwijzen voor de 2e ondermelkmolaar links
– Bespreek sterilisatie
– Wat te doen bij geïmpacteerde tanden (indicatie, contra-indicatie, welke)
– linkerondermelkmolaar op verschillende schrijfwijzen
– neem alles om een 26 te extraheren ( extractietangen, verdoving,…)

vorige jaren

dikke boek

– bespreek de desinfectantia
– wat is het nut van de toevoeging van vasoconstrictorische middelen aan lokaal anestheticum? (+welke vasoconstrictoren ken je + contra indicaties)
– indicaties voor apex resectie, contra indicaties
– schema van de lokale anesthetica
– praktijk: je moet de instrumenten aanwijzen die hij zegt en dan alles nemen om een bepaalde tand te trekken
– indicaties voor narcose
– vestibulumplastiek (indicaties, alternatieven, …)
– bespreek sterilisatie
– bespreek syncope die meestal voorkomt in de stoel van de tandarts: symptomen, etiologie, behandeling… welke andere syncopen zijn er: differentiële diagnose, oorzaken, behandeling

dun boek, bespreek:

– amelogenesis imperfecta
– glossodynie
– pseudocysten
– candidiasis
– geef alle mogelijke manieren om een rechter boven melk molaar aan te duiden
– witte mucosaletsels
– eruptietijden van de tanden
– trigeminusneuralgie
– sinusitis maxillaris
– leukoplakie
– intrinsieke tandverkleuringen
– welke problemen kan een wijsheidstand veroorzaken (behandeling, verloop, …)
– kaakbeencysten
– pigmentaties van de mucosa
– afwijkingen in hals en gelaat (en dan vooral de mond) die hun oorzaak hebben in de embryonale ontwikkeling
– abcesvorming en lokalisaties
– pseudocysten en cystische tumoren. waarom is differentiële diagnose met dentogene cysten belangrijk?
– benigne pemhigus en benigne pemphigoid (verschillen, histologie, symptomen, behandeling…)