Online multiple choice vragen bij het handboek

2015-2016

-Niet selectief kationenkanaal -Tekening van insulinesecreterende cel maken met ATP-afhankelijke K-kanalen -Grafiek van Inet gegeven en gna, gk, Ina en Ik aanvullen en bespreken -Vergelijk Ca-instroom, AP en contractie (grafiekjes) in hartspiercel en skeletspiercel -Meerkeuzevragen: Epot berekenen,…

1)     Geef/Bespreek van gefaciliteerde diffusie, primair en secundair actief transport:

* de algemene naam voor de eiwitten die hiervoor verantwoordelijk zijn

* schematisch de algemene werking

* de naam van een specifiek voorbeeld deze eiwitten

* een verwante pathologie/ziektebeeld aan dit specifieke eiwit

2)    * Voltage clamp van 0mV naar -68 mV, teken de Ina, Ik, gna, gk, en de gatingsmechanismes die hierbij gebeuren.

         * Teken hetzelfde maar dan van +68mV naar -68mV. Waar komen de verschillen door?

3)    * Wat is het effect van myelinisatie op de conductie snelheid van een axon?

       * Wat zijn de effecten van demyelinisatie en bij welke ziekte komt dit voor?

4)   Hoe dragen het calcium niveau en het ATP gebruik van gladde spiercellen bij tot hun vermogen tot tonische contractie?

5)  3 ionen, 2 permeabel, van beiden EC concentratie: IC concentratie = 100:1, +2 en -2 ladingen. Wat is het Vm?

6) Verlengde plateaufase van een cardiaal AP met grafiekjes met kalium stromen eronder. Welke kanaalmutatie kan hiervoor de oorzaak zijn?

7) Stroomgrafiekjes bij verschillende voltages van een niet selectief cation kanaal

8) Herkennen van stroomgrafiek van inward/outward/normale rectifier

9) Waarmee wordt onderzoek naar kinesines gedaan: optogentics, FRAP, optical trapping?

2014

1)(6pt)a)bespreek de contractiesnelheid in functie van de kracht voor de verschillende soorten spiercellen(grafiek),rest van de vraag vergeten
b)bespreek de excitatie contractie van hartspiercel en skeletspier
c)geef drie experimentele evidenties van ca2+ bij hart en skeletspier

2)(2pt)grafiek over I net van zenuwcel wanneer men dit van -68->0mv doet via voltage clamp en erna terug tot -68mv,maak grafiek van INa,IK,gNa,gK en bespreek het proces gating
-wat als we nu van -68->60mv doen.Geef grafiek +beschrijf de verschillen met vorige vraag
3)Bespreek de inhibitie met steroïden op het Na/k atpase->volledige of lichte
4)wat gebeurt er als de permeabiliteit van cl- stijgt gedurende
-rustpotentiaal
-depolarisatie
5)waarvoor dient myelinisatie en wat zijn de gevolgen van demyelinisatie
6)iets over de glucose uptake in niertubuli
7)wanneer kan aspirine best worden opgenomen bij een ph van 2 of 8 en verklaar.
Geef een grafiek met concentratie en verduidelijk de permeabiliteit ;k;t van de grafiek van de 2 ph waarden

2013

Hoofd- en bijvragen

– Leg uit: E-C koppeling in skeletspieren, van actiepotentiaal in motorneuron tot contractiemechanisme in spier. Leg ook kort het verschil uit in Ca activering tussen hartspieren en skeletspieren. Geef 3 experimentele evidenties. (7 punten)
– Inet grafiek gegeven. Geef de grafieken van gna, gk, Ina, Ik en leg ze uit, m.b.h. van gating, bij -70mV naar 0mV en bij 0mV naar -70mV. Vergelijk die met de situatie naar +68mV (3 punten)
– Insulinesecretie bij hoge glucose uitleggen en waardoor ontstaat hyperinsuline (welke kanalen zijn hiervoor verantwoordelijk)? (1,25 punt)
– Hoe kunnen gladde spiercellen langer hun contractie aanhouden met een laag ATP verbruik? (1,25 punt)
– Wat gebeurt er als je Na/K-ATPase inhibeert? (1,25 punt)
– Grafiek over druk in capillair tussen venule en artiole. Duidt aan in welk gebied er filtratie is en in welk gebied absorptie optreedt. Leg uit hoe oedeem veroorzaakt wordt. (1,25 punt)

Meerkeuzevragen (zonder giscorrectie) (op 5 punten in totaal)

– Er is een nieuw organisme ontdekt, de ionenconc zijn voor X2+ en Y2-, beide 100mM extracellulair, 1mM intracellulair. Membraan enkel doorlaatbaar voor Y2-, wat is de nieuwe rustpotentiaal?
– Diffusie van O2 duurt 1s over een afstand van 1micrometer, hoelang duurt het over 4micrometer?
– Je verhoogt de extracellulaire concentratie van K+ van 5 naar 40mM, wat gaat het hart doen, versnellen of gelijk blijven (of vertragen?), met verschillende mogelijkheden gegeven.
– Je hebt extracellulair 5mM K+ en 100mM Na+, intracellulair 100mM K+ en 10mM Na+, membraan is niet specifiek en dus permeabel voor beide ionen, hoe ligt de I/Vm curve?
– Wat zorgt ervoor dat de burst in insulineproductie stopt?
Tot welke concentratie kan een 2Na/1Glucose exancher een concentratie van 100mM glucose doen dalen?

2008

1. Bespreek de contractie van de gladde spiercel en de invloed van Calcium
2. bespreek de volgende grafieken ( grafiekjes van de potentiaalklemming)
nog kleine vraagjes:
3. teken de invloed van EPSP
en nog 2 maar die ben ik even vergeten

1) Bespreek het actief Ca transport over het membraan
2) bespreek kort deze vragen:
a: Iets van intensiteits-duur curve van dieje kikkerzenuw
b: waarom 2 systemen van inhibitie?
post: reactie
pre: invloed
c: Teken de intracellulaire Ca concentratie bij een isotonische contractie van de skeletspier in bij een spiertonus
d: teken een inhibitorische feedback-systeem
3) Bespreek aan de hand van de _afbeeldingen de Na+ en K+ stroom bij hodgkin-huxly

vorige jaren

-hodgkin-huxley, potentiaal afhankelijke kanalen, en dan geeft hij de grafiek van de steady state… niet de bedoeling het proces van de poorten de beschrijven maar wel hoe dat het komt dat die grafiek zo een verloop heeft en hoe deze kan worden geconstrueerd vanuit het stroom diagram… hij had daar een onmogelijke constructie gemaakt die hij blijkbaar op simulatie had gezet.
eerste vraag dus grafiek die je moet interpreteren, geen ‘verhaaltje’ vertellen zoals hij zei…
-bespreek lengte spanning van skeletspier en bespreek hieruit snelheid spanning (geen grafiek gegeven, dus alles zelf doen)
-activatie van het hart en de autonome regeling
-hoe wordt intensiteit duurcurve afgeleid uit de zenuw van dieje kikker… bespreek de methode
actief Ca-transport
actief Na/K-transport
Voortgeleiding actiepotentiaal. Invloed membraan weerstand, celdiameter, myelineschede
Bespreek autonoom zenuwstelsel, organisatie, transmitters, receptoren, transductie, invloed cardiovasculair systeem
Effect verhoogde extra cell K concentratie op kikkerhart
Summatie en tetanos in skeletspier (waarom geen tetanos in hartspier?)
vergelijk Na/K transport
-Volgende figuren uit de cursus illustreren belangrijke eigenschappen van de excitatie-contractie koppeling in de hartspier en de skeletspier. Vergelijk aan de hand van deze figuren het mechanisme van excitatie-contractie koppeling in hart en spier. figuren 6 (hoofdstuk MM) volledig voor de skeletspier, figuren 23 (hoofdstuk MM) volledig voor hart, en figuren 24 midden links en links onder.
– transport doorheen het oppervlaktemembraan
-Bespreek mechanismen van synaptische inhibitie.
-Bespreek het effect van adrenaline op het kikkerhart.

2015-2016

NEUROFYSIOLOGIE -Wat gebeurt er precies (leg uit vanaf de receptorcellen tot aan de neuronen in Brodmann area 17) wanneer een donker lijntje in het in het gezichtsveld rechts onder van links naar rechts beweegt?
-Exteroceptieve reflexen
-Welk neuronaal mechanisme zorgt ervoor dat je twee parfums van elkaar kan
onderscheiden? Leg ook uit wat er precies in de neusholte gebeurt en welke neuronale cellen worden geactiveerd. -Ventraal V4 van de visuele cortex van de rechter hemisfeer is er een activatie van gekleurd licht. Waar in moet ik de stimulus in het gezichtsveld zetten om die te activeren? Welke neuronen worden onderweg geactiveerd en wat is hun receptief veld?
-Geluidslokalisatie
-Duid aan op hersen (foto) SMA, primaire sensorische, visuele, olfactorische, gustatieve cortices. Brodmann gebieden: 1,2,5,6,7,17,41
NEUROANATOMIE -Bespreek de piramidale baan -Bespreek trigeminusneuralgie -3 kleinere vragen: teken het ventrikelsysteem, teken de ligging van de spraakzones en waar vertrekt het 2e neuron van het ALS en LS -Teken en bespreek de dorsale hersenstam -Trigeminusneuralgie -Teken ventrikelsysteem -Wat is de belangrijkste motorische baan

1)Bespreek de ventrale zijde van de hersenstam
2)Bespreek trigeminus neuralgie
3) * Teken de primaire sulci
    * Teken de ligging van de sensorische spraakzone
    * Bespreek de verschillen en gelijkenissen tussen het AL systeem en het sensoriële lemniscale systeem

1) Bespreek de piramidale baan
2) Bespreek trigeminusneuralgie
3) * Teken het ventrikelsysteem
    * Teken de ligging van de spraakzones
    * Waar vertrekt het 2e neuron van het ALS en LS

1) Teken en bespreek de dorsale hersenstam
2) Trigeminusneuralgie
3) * Teken ventrikelsysteem
    * Wat is de belangrijkste motorische baan

Fysiologie

1) Ventraal V4 van de visuele cortex van de rechter hemisfeer is er een activatie van gekleurd licht. Waar in moet ik de stimulus in het gezichtsveld zetten om die te activeren?
Welke neuronen worden onderweg geactiveerd en wat is hun receptief veld?
2)Geluidslokalisatie
3)Duid aan op hersenen (foto)
SMA, primaire sensorische, visuele, olfactorische, gustatieve cortices.
Brodmann gebieden: 1,2,5,6,7,17,41

 

1) Wat gebeurt er precies (leg uit vanaf de receptorcellen tot aan de neuronen in Brodmann area 17 wanneer een donker lijntje in het in het gezichtsveld rechts onder van links naar rechts beweegt?
2) Exteroceptieve reflexen
3) Welk neuronaal mechanisme zorgt ervoor dat je twee parfums van elkaar kan onderscheiden? Leg ook uit wat er precies in de neusholte gebeurt en welke neuronale cellen worden geactiveerd.

1) Bespreek proprioceptieve reflex
2) Beschrijf de functionele beperking van dit letsel, groene cirkel (coronale doorsnede door sulcus calcarinus, rechter hemisfeer)

3) Leg precies uit waar in het centrale zenuwstelsel van de patiënt activiteit is wanneer je een tand vult.

Bijvragen tijdens mondeling

* Noem de motorische banen (laterale en ventromediale banen)
* Leg fototransductie van een staafje uit
* Leg parkinson uit
* Leg ALS uit
* Leg optogenetics uit
* Leg het werkingsmechanisme uit van locale verdovingsmiddelen
* Wijs op een tekening van de hersenen verschillende BA’s aan
* Waar staat NMDA voor bij de kanalen van pacemaker cellen van motorische programma’s
* Leg excitatie-contractie koppeling uit
* Welke neurotransmitter wordt gebruikt bij de motorische plaat en aan wat voor receptor bindt het
* Beschrijf het verloop van de tractus corticospinalis
* Wat doen de verschillende trigeminale nuclei
* Geef de algemene banen van het visuele systeem
* Wat is MT/V5, waarvoor zijn cellen hier gevoelig, leg uit
* Teken de primaire lobi en sulci

2014

Neuroanatomie:

1 bespreek het trigeminale somatosensorisch systeem
2 trigeminusneuralgie
3 waar ligt de zone van Wernicke
4 teken de primaire motorische en sensorische cortex
5 wat is een commisuurbaan

1 bespreek de buitenkant van het ruggenmerg
2 trigeminus neuralgie
3 bespreek het cerebellum
4 doorsnede van het mesnecephalon tekenen
5 geef de kernen van de nervus trigeminus

1 dorsale zijde hersenstam
2 trigeminusneuralgie
3 ventrikelsysteem
4 wat is de belangrijkste motorische baan?
5 waar vertrekt de 2e neuron bij het lemniscale en het anterolaterale systeem?

1 grijze stof van RM bespreken 
2 trigeminusneuralgie
3 de kernen van nervus trigeminus geven
4 waar ligt M1
5 doorsnede tekenen van medulla oblongata

Neurofysiologie

1 benoem alle structuren van het oog waardoor licht moet vooraleer het de fotoreceptoren kan activeren
2 volledige laesie van linkse 8e craniale zenuw: wat zijn gevolgen voor patient. Bespreek in detail
3 bespreek periodontale receptoren van de tanden: anatomie en fysiologie.

1 hoe verandert de membraanpotentiaal van de fotoreceptoren bij inval van een lichtpuntje? Hoe is dit bij de ON bipolaire cellen? En bij de OFF ganglionnaire cellen?
2 verschil optogenetics en optical image
3 tumor op de capsula interna, wat zijn de gevolgen?

1 wat gebeurt er als je een pompelmoes eet
2 wat gebeurt er als er licht invalt op de fotoreceptoren vd fovea
3 wat is het gevolg voor je patiënt bij een tumor in je dorsale kolom nuclei links

Bijvragen
– Hoe zout ge een persoon later in uw tandartsenstoel een analgetisch effect geven zonder deze patient te verdoven en hoe wekt dit.
– verschil tussen photo optics en photo genetics
-locomotorisch; met welke soort receptoren werkt dat en leg uit (nmda)
– transductiemechanisme in staafjes
– prof herkent mijn gezicht niet, wat er dan mis is..

2013

NEUROFYSIOLOGIE

– Verschil tussen photo imaging en photogenetics.
– Frequentiebepaling auditief systeem en afbeelding in hersenen.
– Receptieve veld netvlies uitleggen van alle lagen tot primaire visuele cortex.
– Proprioceptieve reflex
– Tekening van de visuele cortex met deoxyglucose: wat is het, welke techniek, hoe veranderd de activiteit van de cellen (–>voorkeursoriëntatie)
– Verschil tussen een parallelle en loodrechte elektrode: maak tekeningen!
– Wat gebeurd er als je met je boor het dentine raakt: wat gebeurd er en welke delen worden geactiveerd (baan) en met welke technieken zou je dit kunnen bestuderen?
– Bij aanboren dentine: pijn maar toch geen zenuwvezels aanwezig. Waarom?Leg uit met tekeningen en geef alle structuren die geactiveerd worden.
– Foto met defect in S. Calcarinus, geef het functioneel gevolg en leg gedetailleerd uit.
– Bespreek locomotorische reflex met tekening.
– Hoe gebeurt geluidslokalisatie?
– Er wordt dorsaal en posterieur geprojecteerd op de linker hemisfeer (+ kader met punten en V1, V2, V3). Waar in het visuele veld liggen de punten: 1 –> 7)
– Prikkel op je rechterduim, wat gebeurt er neurologisch? Met welke experimenten kunnen we dit het best onderzoeken? Welke eigenschappen van het somatosens systeem kunnen we hieruit afleiden?
– Parkinson, mechanisme in detail en symptomen
– Neurale mechanisme dat ervoor zorgt dat we 2 geluiden van 2 en 3 kHz beter kunnen onderscheiden van elkaar

NEUROANATOMIE

– Trigeminusneuralgie
– Bespreking grijze stof van RM
– Kernen van n. trigeminus
– Doorsnede van medulla oblongata en ligging van prim motorische cortex.
– Teken sagitale doorsnede van het cerebrum op de middenlijn.
– Waar ligt M1?
– Verschil tussen vertrekpunt van het 2e neuron van anterolateraal en lemniscaal systeem.
– Wat zijn commisuurbanen?
– Doorsnede mesencephalon
– Bespreek frontale lob
– Waar ligt S1?
– Verschillen en gelijkenissen tussen ALS en Lemniscaal systeem.
– bespreek lemniscaal systeem
– primaire sulci, visuele cortex en somatosensorische cortex aanduiden
– primaire motorische cortex, commissuurbanen en 2de neuron bij ALS en LS
– Bespreek: anterolateraal somatosensorieel systeem
– ventrikels tekenen
– corpus callosum bespreken
– zeg waar de primaire somatosensorische cortex ligt
– bespreek het cerebellum
– uitwendige structuur ruggenmerg
– ventrale zicht van de hersenstam bespreken
– Waar ligt de zone van Broca
– Bespreek de witte stof van het ruggenmerg
– Sagittale doorsnede van cerebrum
– 2e ON van ALS en LS
– de dorsale doorsnede van herstenstam
– wat is de belangrijkste motorische baan

2008

NEUROFYSIOLOGIE

1. Hoe controleren de hersenen de bewegingen in het lichaam
2. Hoe verwerken de hersenen geluid in een horizontaal vlak
en nog wat kleine juist fout vraagjes (uitleggen waarom!):
3. Bij Myopie wordt het beeld voor de retina geprojecteerd (verziendheid)
4. Snelle motoneuronen geven signalen aan de witte spiervezels
5. Smaak wordt vornamelijk ipsilateraal geprojecteerd

juist/fout:
-PET maakt gebruik van oxy/deoxyhemoglobuline: juist
-alle cellichamen van de mechanoreceptoren van periodontaal zijn in het ganglion trigeminale gelegen: fout
-de vermis projecteert naar de VLo: fout
-simple cells hebben geen overlappende RV: juist
grote vragen:
-functioneel verschil tss pijn-en tastbanen
-transductie zoete stof en centrale gustatieve banen

– eerst een stuk of 5 juist/fout vraagskes
– bespreek de anatomie en de fysiologie van de somatosensorische cortex
– bespreek orofaciale somesthesie

NEUROANATOMIE

1) bespreek de pyramidale baan ( hoofdvraag )
2) waar ligt de auditieve cortex
3) bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen lemniscaal en anterolateraal somatosensorisch systeem
4) en nog eentje, ma die weet ik ni meer.

bespreek witte stof ruggemerg als hoofdvraag
kleinere vraagskes:
-teken ventrikelsysteem
-doorsnede door de pons
– wat zijn de 6 primaire corticale sulci

1. bespreek de cortex van de temporale kwab
2. bespreek het verloop van de tractus corticospinalis
3. waar vertrekt het tweede neuron van het anterolateraal en lemniscaal somatosensorieel systeem
4. teken een doorsnede van de medulla oblongata

vorige jaren

NEUROFYSIOLOGIE

-enkele juist fout vragen en je moet steeds zeggen waarom
-cochlea anatomie en functie
-bulbus olfactorius, input-output-anatomie
-flexor reflex
-geen zicht in linker boven wat wordt er dan uitgeschakeld in de hersenen en waarom?
-laterale inhibitie, wat? waarom?
transductie haarcellen

links onder geen gezichtsveld(waar is er ergens letsel als je links onder niks ziet?)
pijnpoorttheorie
laterale inhibitie
anatomie/functie motorische cortex
bulbus olfactorius (input/output)
cochlea
peridontale receptor
cochlea anatomie en functie
bulbus olfactorius, input-output-anatomie
flexor reflex
geen zicht in linker boven wat wordt er dan uitgeschakeld in de hersenen en waarom?
laterale inhibitie, wat? waarom?
leg uit hoe pijngevoeligheid ontstaat aan overgang dentine
geef 2 manieren waarop geluidsfrequentie gecodeerd wordt
geef en bespreek de typische eigenschappen van de primaire sensorische cortex
Welke typische eigenschappen herken je in de volgende figuren en bespreek: fig uit slide 20 van visueel systeem
bespreek olfactief epitheel + olfactieve inductie

juist/fout en geef een korte verklaring:

de cellichamenn van de periodontale receptoren bevinden zich in het trigeminale ganglion
bij myopie wordt het beeld geprojecteerd voor de retina
snelle motorneuronen projecteren naar witte spiervezels
de smaakpathway is conralateraal

Beoordeel deze stelling op hun juistheid en geef uitleg. 
De NMDA receptor van interneuronen wordt gestimuleerd door Glutamaat. Juist, maar dan moest je heel die transductie-cascade tekenen met die Na+ en die K+, en dan die Mg2+ die inhibeert en hoe die kanalen en die ionen invloed hebben op de actiepotentiaal die het neuron doorgeeft. Bv dat kalium-influx zorgt voor de repolarisatie en dus de stijle daling in de actiepotentiaal enzo. Je kan die afbeelding int heel klein terugvinden bij die �gekruiste extensie-reflex voor locomotie�.


mechanoreceptoren in het periodontaal ligament lijken op pacini? Fout, lijken op RUFFINI.
Zijn de bipolaire cellen in het oog ON/OFF georganiseerd? Ja da weet ik nu nog ni wa het antwoord moest zijn, ik had juist, maar hij deed er een uitleg over enzo, dus volgens mij vond hij het fout 😛
-Bij myopie is de oogbol te lang?
– Bespreek 2 mechanismen van frequentie-organisatie in het auditief systeem. Dus dat
is dan die tonotopische map op het basale membraan van de cochlea en het faselocking systeem voor de zeer lage frequenties.
– Geef output en input van a-motor neuronen
– Leg volgende figuren uit. En dan kreeg je die twee prentjes van de cortex met de deoxyglucose methode, die staan op slide 14 van de inleiding: Ori�ntatie-selectiviteit (afleiding 1 cel). En dan moest je daarvan zeggen : welke techniek
is er gebruikt, en dan ook dat grafiekje van die 1 cel afleiding dat er naast staat moest ik dan tekenen.
– Hoe wordt selectiviteit van olfactieve receptor neuronen (ORN) bepaald? Das dan die populatie codering voor de geuren eh. Met die odoranten die kunnen binden via odotopen op verschillende receptoren, maar met licht andere affiniteit

NEUROANATOMIE

-GRIJZE STOF RUGGEMERG
-CIRCULUS V WILLIS
-TRACTUS CORTICOSPINALIS
-ZONE VAN wERNICKE
-BUITENKANT RUGGEMERG
-TRIGEMINAAL SYSTEEM
-CEREBELLUM
-CORPUS CALLOSUM
-TRIGEMINUS NEURALGIE
-bespreek anatomie vd cortex vd frontale kwab
-verschil tsn superior en rostraal
-doorsnede door mesencephalon

2015-2016

BACTERIOLOGIE

-structuren buiten de celwand -Tetanus -M.pneunomia -Gonorroe -Ontsmetting -Vaccinatie -G- en G+ celwand bespreken en functies -(fluoro)quinolonen en macroliden: bespreking en werkingsmechanisme, farmacokinetische eigenschappen -streptococcus pneumoniae: virulentiefactoren, pathogenese,.. -borrelia burgdorferi: epidemiologie, pathogenese,.. -Kleinere vragen: o 2 moleculen getekend. Welk soort antibiotica? (fluoro)quinolonen o Bespreek principe van vaccinatie o Symptomen van Chlamydia trachomatis o Ontsmetting levende weefsels: wonden en slijmvliezen o Leg uit: autotrofie en heterotrofie

VIROLOGIE
-Influenza pandemie -Hbv hpv vaccin -Bof bespreken. Vaccinatie,.. -varicella en zoster -productie van hbv en hpv vaccins -Leg volgende begrippen bondig uit en geef orde, dna/rna, ss/ds,..(alles van het stamboomschema behalve polymerase aanwezigheid, grootte en genoomgrootte) -molluscum contagiosum -erythema infectiosum -Twinrix -Juist fout vragen (indien fout: verbeter) • cmv geeft dodelijke gedissemineerde infectie bij imm def, en adeno virussen niet. • Men is in het westen gestopt met polio vaccinatie na 2000 uit vrees voor VDPD • Hep a vaccin is net als het vaccin voor rotavirus levendgeatenueerd • van de 6 kinderziekte zijn er vaccins voor 5 -Wat is klierkoorts? (halve pagina)

2014

BACTERIOLOGIE
– bespreek transport voedingsstoffen bij bacterie (actief/passief)
– farmacokinetiek, farmacodynamiek, PK/PD + concentratie/tijdsafhankelijke antibiotica

– bespreek de serotypen E.Coli (EHEC,EPEC, EIEC, ETEC)
– bespreek tetanus
– antibioticum herkennen
– groeicurve bacteriepopulatie
– alcohol bij ontsmetting
– leg uit: ptechieën, syndroom van Waterhouse-Friderichsen, meningitis belt
– endogene infectie
– 2 bacteriën die urethritis bij mannen veroorzaken

VIROLOGIE
– HIV prevalentie in België en de rest van de wereld. Verloop HIV infectie zonder behandeling
– HBV infectie + serologisch acute HBV en chronische HBV
– papilloma letsels
– begrippen (rotavirus, oseltamivir, adenovirus, …)
– juist/fout vragen
– vergelijk rhinovirus en RSV

2013

BACTERIOLOGIE
grote vragen:
– verschil pro- en eukaryoten
– Wat is het belang van de commensale flora? Leg uit waar die voorkomt en geef enkele voorbeelden van bacteriën die daar voorkomen.
– bespreek de toxines geproduceerd door stafylokokken en tot welke ziektebeelden zij aanleiding geven.
– bespreek de pathogenese van de S.pyogenes en de virulentiefactoren hiermee geassocieerd.

kleinere vragen:
drugmonitoring uitleggen
Wat weet je over de Resistentie tegen Penicilline van de pneumokok in België
verschil autotrofe en heterotrofe bacteriën uitleggen.
structuur: welke AB?

extra vraag: waarom werken penicillines niet tegen Chlamydia? => de celwand bevat geen peptidoglycaan

VIROLOGIE
viro open vragen:
1) bespreek de pathogenese van de enterovirussen adhv polio (verduidelijk met een schema)
2) teken de structuur van het HIV virus en bespreek/teken het genoom. Leg de replicatie ervan uit en bespreek welke middelen gebruikt worden tegen dit virus.
3) bespreek de ontwikkeling van het vaccin tegen influenza (met tijdlijn) en bespreek het vaccin algemeen.
meerkeuze: omcirkel de/het juiste antwoord(en)
was iets van welke vaccins levende vaccins waren en welke niet
dan was er een vraag: bespreek klierkoorts (maar als korte open vraag, geen hoofdvraag)
en dan zoals hij dat als voorbeeld gaf in dat document om zo vier termen bondig uit te leggen
dat waren: herpangina, molluscum contagiosum, bof en parvovirus

2013

BACTERIOLOGIE

Verschillen en gelijkenissen tussen eukaryoten en prokaryoten.
Fluoroquinologen en macroliden: vergelijk werkingsmechanisme en farmacokinetiek.
S. pyogenes: virulentiefactoren, epidemiologie, pathogenese en ziektebeelden.
3 Fasen van syfilis.
Wat is endotoxine?
Wat is drugmonitoring en bij welke AB wordt het gebruikt?
Vaccins tegen meningitis.

reeks 2

beta – lactam AB
transport van voedingsstoffen van bacteriën
S. aureus
B. burgdorfine
zuurvaste bacteriën
behandeling van diarree
MRSA
principe van vaccinatie

Proteoglycanen: bespreek de opbouw en productie
Welk type AB is deze afbeelding? (Macrolide)
Aan welke eisen moet een goed vaccin voldoen?
Hoe kunnen we bepalen welke bacterie de oorzaak is van een patiënt met pneumonie?
Welke ontsmettingsmiddelen gebruiken we bij: endoscoop kuisen, handen pre-operatief wassen, intacte huid pre-operatief…?

VIROLOGIE

HIV: subtypes, ontstaan, prevalentie.
HCV verloop, therapie en toekomst.
HPV letsels geven.
Woorden verklaren: harvix, adeno, koplik spots.
Antegenische shift uitleggen.
Juist/fout over congenitale infecties.
Juist/fout over antivirale middelen.
Invullen over 5e kinderziekte en RSV preventie.

reeks 2

genoom en replicatie van HIV
genoom en replicatie van herpes en werking van acyclovir en cidofovir
bespreek enterovirale infectie

2011

voorbeeldvragen

2008

1 Beschrijf TBC
2Het verschil tussen Gram+ En Gram- en bespreek de antibiotica die interfereren met de aanmaak van de celwand
3Horizontale overdracht van genen tussen en bacteri�n en waarom is dit van belang?
4 Syffilis
5 verschil in symptomen tss diarree, dysenterie en cholera.

M. tuberculosis
sterilisatietechnieken
wat is geconjugeerd vaccin/geef voorbeeld
diarree, dysenterie en cholera: verschil
hoe maakt men een antibiogram

Beschrijf de replicatiecyclus van de Herpesvirussen en de werking van ACV
Bespreek de verschilpunten van griep en verkoudheid. Heeft het nut een vaccin en/of virale therapie te ontwikkelen voor verkoudheden?
ook vragen van bv herpangina : geef het virus en +/- en dna of rna en ge�nveloppeerd of niet
zo een stuk of 4
andere vraag was ook nog in een paar regels bv haart of mmr vaccin uitleggen
doorsnede HIV en replicatie
classificatie geven: herpangina, hand-foot-and-mouth disease, parvo, mollusculus contagiosum

*influenza vaccins aanmaken en bespreek de vaccinnatie
*Letsels van Papillomavirussen
*HCV: replicatiecyclus/behandeling/ Protease en polymerase inhibitoren
*verklaar: verruca vulgaris, salk, weet ik ni meer
*verklaar kort: allerhande virussen: +/- DNA/RNA enveloppe of niet

vorige jaren

– streptococcus pyogenes.
– sterilisatie, desinfectie, glutaaraldehyde, chloorhexidine en autoclaveren
– dysenteria, diarree, cholera (verschillen)
– Stadia Syfilis
– biofilm (belang geneeskunde)
– M tuberculosis
– noem bact die darmontsteking veroorzaken en leg uit hoe versch vormen
diarree ontstaan
– wat zijn autotrofe/heterotrofe bact?
– leg uit: nosocomiale inf ziekten, opportunistische bact, commensale flora
(wat is verband)
– wat wordt bedoeld met postinfectieuze verwikkelingen na S. pyogenes inf

2015-2016

-Auto-immuniteit: rol van cytokinen & proteasen. -Verschil tussen MHC I & MHC II: structuren en functie. -Acute ontstekingsreactie: belangrijke cellen & moleculen -bijvragen (5 regels per): PAMP’s, IL-3, C3a, HLA-B27, Proteasoom -T-cel antigeen activatie -Tumor immuniteit -Type 1 overgevoeligheid -Leg uit in 5 zinnen: IgE, celadhesie moleculen, interferonen, X-SCID, lectineweg

2014

Hoofdvragen

1. Belangrijke klassen van mediatoren van het immuunsysteem.
2. De verdediging tegen virussen.
3. Coöperatie APC en T-cel.

1. De coöperatie tussen APC en T-cel
2. Complement: structuur en functie

3.  Auto-immuniteit: de rol van cytokinen en proteasen

1. Bespreek interferonen
2. Heterogeniteit van T-cellen
3. Antistoffen functie en structuur

Bijvragen: 
Leg uit in 5 regels:
1. MHC1
2. IL1
3. LPS
4. HLA-DQ 5
5.Type 4 overgevoeligheid


1. chemokinen
2. TLR4
3. IL-2
4. immunoglobulinevouw
5. Lectine pathway

1. 5 functies van macrofaag
2. Chemokinen
3. Activatiewegen van complement
4. TLR4
5. IFN B

2013

Hoofdvragen

– Acute ontsteking
– Cooperatie tss T-cel en APC
– Cytokinereceptoren
– Bespreek: interferonen
– Bespreek: heterogeniteit van T cellen
– Bespreek: antistoffen
– Bespreek: de belangrijkste mediatoren van het immuunsysteem
– Bespreek: virusimmuniteit
– Bespreek: de APC-T-celinteractie

Bijvragen

– IL-3
– MHC 2
– Type 1 overgevoeligheid
– HLA-A2
– TLR- uuh 3 ofzo? degenen die bindt aan ds RNA PAMPS
– IL2
– TRL4
– chemokines
– Igvouwen
– Lectineweg
– Vat samen in 5 zinnen: allergenen en hoe werken ze
– Vat samen in 5 zinnen: Chemokinen
– Vat samen in 5 zinnen: Complementactivatie
– Vat samen in 5 zinnen: TLR-4
– Vat samen in 5 zinnen: Interferon B

2008

1 Bespreek de verschillen tussen MHC 1 en 2
2 bespreek de cytokinereceptoren
3 Type 4 overgevoeligheidsreactie
4 Bespreek kort:
-LPS
-IL-1
-macrofaag: structuur en functie

-heterogeniteit van de T-cellen
-de co�peratie tussen B- en T-cel
-type 3 overgevoeligheid
-leg uit in 5 regels:
*3 mechanismen van cytotoxiciteit
*leg het principe van vaccinatie uit
*IL-6
*PAMPS
*…

vorige jaren

– Chronische ontstekingsreactie,
– Type I overgevoelig heid
– activatie B- / T- cellen
– leg uit in 5 regels: IL-2, MAC, HLA-B27 RAG-1 ScFv
– structuren en functies granulocyten
– belang priming boost
– Interleukine 1
– leg uit in 5 regels: MASP-1 , BCR, Mechanisme van diversiteit van
Antistoffen, Adjuvans, 4 klassen van chemotactische factoren.

2013

Missiaen:
Reeks 1
Bespreek extracellulaire Ca met PTH en Vit D
beïnvloeding van de luchtwegweerstand
20 definities: Diffusie, eminentia mediana, thecacel, sertolicel, emissie, teugvolume, inspiratoire capaciteit, Acid-Ash Dieet, Klier van Cowper, Filtratiefractie, Effectief Circulerend Volume, Granulaire, Machula Densa, Dynamische Mechanica, Ideaal Gas

Reeks 2
zuur/base stoornissen
respons van ademhaling bij inspanning
20 begrippen

Reeks 3
zuur/base stoornissen
Veranderingen thv endometrium, myometrium en cervix
20 begrippen

Parys:
Bespreek hemoglobine afbraak (10 pt)
Drukcurve van systeem en moet aanduiden: Schaal van Y-as, Linkerventrikel, gemiddelde bloeddruk.
4 definities: Pepsine, G-cellen, pylorus, cefalische fase.

Reeks 2
thrombopoïese proces + regeling
Druk in functie van tijd en ecg en wat begrippen aaduiden
waarom capillairen ideaal voor uitwisseling met weefsels

Reeks 3
4 stollingsfactoren gegeven, geef functie en activatie
Welke vaten zijn weerstandsvaten? Wat zijn hun eigenschappen en waarom? Bereken locale perifere weerstand van skeletspieren als debiet gegeven is.

2011

Missiaen:
1- Bespreek de folliculaire fase tot dag 10, zijnde de anthrale fase en het selectiestadium
2- Geef de 3 functies van surfactant
3- Op welke plaatsen in de nier wordt Na gereabsorbeerd en met welke mechanismen gebeurt dit?
Bespreek grootte en beinvloeding van de weerstand van het pulmonale bloedcircuit
– Bespreek werking van mesangium, RBF en afferente en efferente arteriolen op de glomerulaire filtratiesnelheid of zoiets…
– Bespreek de hormonen van de adenohypofyse en de werking van de hypothalamus hierop
bespreek de volgende stadia in de menstruele cyclus: preovulatoire follikel, corpus luteum, luteolyse (20 p)
– bespreek alveolaire en intrapleurale druk tijdens in – en uitademen (20 p)
– vraag voor + of – 1 punt: welke delen van de nier reabsorberen Cl- en geef het mechanisme (tek. voldoende)
bespreek de volgende stadia in de menstruele cyclus: preovulatoire follikel, corpus luteum, luteolyse (20 p)
Bespreek de regeking van de renale K-excretie door:
-Kaliemie
-het urinedebiet
Bespreek de 3 functies van het surfactans
Welke hormonen zet de neurohypofyse vrij+effecten van deze op het menselijk lichaam.
-bespreek de Na exretie regeling bij kaliemie
urinedebiet
-bespreeek de PO2 PCO2 pH en ademhaling bij inspanning
-bespreek de melkproductie
processen in dunne en dikke opstijgende tak in lus van henle
-bij longen: over die arteriole en intrapleurale druk
-vitamine D
1) wat regelt de extracellulaire en intracellulaire K concentratie?
2) bespreek luchtweerstand + beinvloeding door volume en gladde spiertonus.
3) bespreek premordiale + preantrale follikel
Bespreek de reabsorptie van nutrienten in het proximaal kronkelbuisje.
Bespreek de beinvloeding van de weerstand van de luchtwegen
Bespreek de lichamelijke veranderingen van de vrouw tijdens de menstruele cyclus: endometrium, myometrium, cervix.
Bespreek collaps bij de longen
-Bespreek de detectie van het extracellulair volume (hoge-druksensoren, lage-druksensoren en juxtaglomerulair apparaat)
-Bespreek de folliculaire fase tot dag 10 (antrale follikel en selectie)
-leg uit: PTH en vit D
-bespreek O2 en CO2 uitwisseling aan de weefsels door diffusie
-bespreek de nier; ademhaling en hart-bloedvaten wij zwanngere vrouwen
1) bespreek de urinewegen
2) bespreek invloeding van de luchtwegweerstand
3) bespreek corpus luteum en luteolyse
1) geef de reabsorptie van Na en Ca in de dikke tak van de lus van Henle
2) de gasuitwisseling bij inspanning fzoiets
3) lichamelijke veranderingen op het endometrium en myometrium

Parys: -> weinig vragen op veel punten, dus niets overslaan!
geef in detail alle effecten van het orthosympatisch zenuwstelsel op de bloeddruk (14 p) (kwam uit versch delen van de cursus)
– geef de verschillende onderdelen van het immuno-stelsel met 1/2 zinnen maximaal uitleg over hun functie (6 p)
Beschrijf de essentiele stappen in de vorming en afbraak van de RBC
Beschrijf het verloop van diabetes mellitus gebaseerd op je kennis van insuline
wat is de orientatie van het hart bij de gemiddelde persoon en hoe kunnen we dit zien aan het qrs comlpex bij ekg(stom pract)
-bespreek CCK (2plaatsen waar het belang heeft in het lichaam)
-fagocytose bij neutrofielen en vergelijk met macrofagen
-bespreek bloeddrukmeting en normale waarden
-iets met weerstandsvaten en elasticiteitsvaten en waarom capillairen geen weerstandsvaten zijn
-wat is het complementsysteem
-Geef de 5 fazen van het verloop van de druk en volume tijdens contractie en relaxatie ahv de druk volume curve van de linkerventrikel. Gewoon tekenen, geen uitleg.12pt
Bespreek het bloeddebiet en wat de invloeden daarop zijn qua afname of toename 8ptn
bespreek vorming van trombine en alle functies (in schemavorm, enkel de gemeenschappelijke cascade geven!) (15 ptn)
– bespreek de samenstelling vd gal en het fysiologisch belang (5ptn)
-Bespreek cefalische, gastrische en intestinale fase van maag en pancreas
-Hoe voorkomt men rhesusimmuniteit bij zwangerschap. Leg uit.
1. Myogene en metabole autoregulatie, leg uit en situeer. geef schema’s/tekeningen (12ptn)
2. Geef de werking van insuline en wat gebeurd er als de insulinesecretie is verstoord. (8ptn)
– Grafiek van druk en volume en EKG ifv tijd was gegeven
Zet de volgende parameters op de juiste plaats: Paorta, Plinkerventrikel, Plinkeratrium, EDV, ESV, systolische BD, diastolische BD, open aortaklep, open AV klep, systole
– (a) Geef de fysiologische en pathologische oorzaken van vormverandering van RBC en (b) de gevolgen hiervan en waarom? (helft niet in cursus maar tijdens de eerste 2 lessen!)
Fysiologisch belang van bloeddruk geven, zeggen wat systolische en diastolische bloeddruk precies betekenen, bloeddrukmeting uitleggen en voorbeeld van normale bloeddrukwaardes geven
Aan de hand van een grafiek uitleggen hoe verschillende voedselbestanddelen met een verschillende snelheid doorheen de pylorus gaan en waarom (ofzoiets)
1)
a: waarom zijn arteriolen wel weerstandsvaten en capillairen niet?
b: wat zijn de fysiologische gevolgen van een lokale en een globale vasoconstrictie
c: wat is metabole autoregulatie? leg uit aan de hand van een voorbeeld en maak eventueel gebruik van schema’s, formules of tekeningen
(die vraag stond op 14 punten)
2) leg aan de hand van een schema uit wat de functie(s) van het complementsysteem is. (6 punten)
Parys
1) het proces van erythropoiese is gegeven in een figuur
a) duid de pluripotente stamcel aan
b) welke stappen van het proces gebeuren in het beenmerg (duid aan)
c) waar werkt erythropoetine op in en duid aan
d) door welke prikkel wordt EPO vrijgezet
2) leg de automaticiteit en ritmiciteit van het hart uit en geef een vb
3) diapedese (wat is het, hoe werkt het, door welke cellen, doel)
Thrombose, waarop werkt het in en hoe (5 vd 6 moet ge geven)
Hoe w bloedaanvoer vd venen naar het hart geregeld (hartpomp, spierpomp..)

vorige jaren

Missiaen:
regeling kalium
regeling urinedebiet
luchtweerstand van de longen
weerstand van de pulmonale circulatie
geef de 3 functies van surfactant
op welke plaatsen in de nier wordt Na gereabsorbeerd en met welke mechanismen gebeurt dit
bespreek grootte en be�nvloeding van de weerstand van het pulmonale bloedcircuit
bespreek werking van mesangium, RBF en afferente en efferente arteriolen op de glomerulaire filtratiesnelheid
bespreek alveolaire en intrapleurale druk tijdens in en uitademen
bespreek de regeling van de renale K excretie door: kaliemie, het urinedebiet
welke hormonen zet de neurohypofyse vrij + effecten van deze op het menselijk lichaam
let anabole en katabole fase uit van de metabole veranderingen bij de zwangere vrouw

Parys:
bloedstolling
beschermingsmechanisme van de maagcellen
bespreek de trage regeling van de bloeddruk
vergelijk de verschillende bloedvaten
bespreek de essentiele stappen in de vorming en afbraak van de rbc
bloedgroep AB- heeft donorbloed nodig. welk bloed mag gebruikt worden, geef ALLE mogelijkheden + factoren
LI hart: elektrische activiteit hart, drukken in atrium/ventrikel/aorta, klepactiviteit: in Één figuur !!
regeling van de GFR (mesangium, RBF, arteriolen)
ademhaling, pO2, pCO2, pH bij inspanning

2014

Bespreek:

– Nefron
– Bloedvoorziening lever
– Alveolair parenchym
– Hypofyse
– Leverparenchym
– Bloedsomloop (hart en bloedvaten ook)
– Prostaat
– Dunne darm van proximaal naar distaal
– Endocriene stelsel
– Maagmucosa
– Botaanmaak
– Trachea en bronchen
– Nier
– Slokdarm
– Botremodellatie
– Functies van de maag
– Een gewricht
– Galblaas en galwegen als systeem
– Leverparenchym- Hepatocyt- Controle- en besturings mechanismen van dwarsgestreept spierweefsel
– bespreek TESTIS (ni uit de lijst van apollonia)
– Corticaal vs Medullair bot (idem)
– GI tractus in functie van transport

Preparaten:

– Slokdarm
– Long
– Dunne darm
– Harstpierweefsel
– Schildklier
– Bijnier
– Maag/Maagfundus- Colon
– Aorta

2013

– Bespreek de bloedvoorziening in het algemeen.
– Bespreek de prostaat.
– Bespreek het leverparenchym.
– Bespreek structuur en functie alveolaire parenchym
– Bespreek de galblaas
– Bespreek de neus en paranasale holten
– Bespreek het nefron.
– Bespreek de bloedvoorziening van de lever.
– Bespreek de maag aan de hand van de functie
– Bespreek de gewrichten
– Bespreek de hepatocyt
– Bespreek de bezenuwing en controlemechanismen van dwarsgestreepte spier
– Bespreek de cellen van het bot
– Bespreek de hypofyse
– Bespreek de exocriene pancreas
– Bespreek de cervix
– Bespreek de kleppen van het hart
– Bespreek de schildklier
– Bespreek de bloedvoorziening van de nier

Preparaat:
– Dunne darm
– Long
– Bijnier
– Hart
– bijschildklier
– Schildklier
– Slokdarm
– Aorta
– Maag
– Colon

vorige jaren

bespreek preparaat
10. spijsverteringsstelsel
bekleding van een onderdeel van t GI
slokdarm
lymfecellen in spijsverteringskanaal +
glomerulus
Geef de algemene kenmerken van de wand van het spijsverteringskanaal over het hele verloop
dunne darm van proximaal naar distaal
nefron +
bloedsvoorziening lever
Bloedsvoorziening van de nier
appendix
klassieke en portale leverlobulus en leveracini
maagmucosa
leverparenchym11. cardiovasculair stelsel
coronairen +
aanpassingen/bouw vd bloedvaten aan hun functies.
hartkleppen
bloedvaten en functie
bloedsomloop12. ademhalingsstelsel
structuur en de functie van het alveolair parenchym
luchtwegen (trachea en bronchi)
de neus en de paranasale sinussen
alveolair parenchym13. locomotorisch stelsel
cellen van het bot +
botaanmaak
een gewricht
neuro regeling spieren14. (neuro-) endocrien stelsel
algemene principes van het endocriene stelsel
schildklier15. urinair stelsel
glomerulus
nefron16. mannelijk voortplantingsstelsel
prostaat17. vrouwelijk voortplantingsstelsel
bekleding van de baarmoeder
menstruatiecyclus18. huid en borsten
huid +19. zintuigen
CVS
hart +spijsverteringslokdarm
maag-slokdarm
fundus
dunne darm + +
colon
maagademhalinglong +endocrienhypofyse
schildklier + +
bijschildklier/parathyroid + +
bijnierthymus (1ste jaar?)

2015-2016

1) Bespreek de fysische eigenschapen van zenuwvezels waar lokale anesthesie invloed op hebben (evt. anders verwoord maar daar kwam het toch op neer)
2) Bespreek chemische sterilisatie en sterilisatie met gassen en dampen
3) Alveolitis sicca

1) Bespreek het effect van stoomdesinfectie op verschillende organismes, en het effect van de duur, temperatuur en druk erop
2) Bespreek de verschijnselen die zich voordoen bij een overdosering epinephrine
3) Bespreek de dingen waar men aan moet denken bij de extractie van een radix relicta

1) Bespreek alcoholische ontsmettingsmiddelen
2) Physico-chemische kenmerken lokale anesthetica. 
3) Welke zaken zorgen voor moeilijkheden bij een extractie.

1) Geef de structuur van de n trigeminus en zeg waar je de meeste gemyeliniseerde vezels vind 
2) Bespreek chloorvrijzettende middelen 
3) Bespreek hoeveelheden verdoving bij kinderen volgens leeftijd en gewicht

 

en het praktische deel: 

aanduiden kreefttang en extractie tang voor een 17
– neem extractietang voor extractie van 27 alsook syndesmotoom
– demonstreer met de reeds gemonteerde spuit op de schedel hoe je een Gow-Gates verdoving geeft
– welke zenuwen worden verdoofd bij de Gow-Gates methode?
– toon op de schedel het foramen ovale en rotundum, wat loopt erdoor
– nog enkele kleine vraagjes over fysicochemische eigenschapen van lokale anesthetica
– hoe snel werken alcoholen op virussen en bacterien, en meer op hydrofiele of lipofiele virussen
– kind van 12 jaar dat 40kg weegt, maximale dosis, hoeveel carpules en welke regel pas je hier toe
– epineurium en perineurium
– hoe liggen vezels gerangschikt in zenuw (alfa, c-vezels…)
– quaternaire ammoniumverbindingen uitleggen
– hoe ontwikkel je een tandheelkundig emfyseem
 

2014

1. belang, nadelen, intoxicaties, allergie van vasoconstrictoren. Chemische structuur en hun derivaten, eigenschappen en dosis.
2. indicaties en contra-indicaties voor tandextractie. Wat te doen bij bv endocarditis.

1. Bespreek de toxische reacties en nevenverschijnselen van lokale anesthetica en de acute intoxicatie en overgevoeligheid als verwikkeling bij lokale en geleidingsanesthesie
2. Bespreek de zorg na extractie en de (helings)-verwikkelingen

2013

Delaere:

Verschillende huidlagen van de radiaallap
Huidlijnen van Langer, wat en wat is de relatie met de onderliggende mimische spieren.
Tekening van huidgreffe onder oog. Welke soort huidgreffe, welke lagen zitten er dan allemaal in, hoe wordt het donordefect gesloten?
3 voorbeelden van regeneratie bij de mens.
Oppervlakkige 2de graads verbranding
Alexis Carrel
in welke fase van wondheling komt wondcontractie voor?
weefsellagen aanduiden op 2 figuren
welk herstelweefsel wordt afgebeeld?
complicaties van niertransplantatie
verschijnselen van hypovolemische shock?
welke greffe op foto? en wat zit in die greffe?
op welke manier kunnen we in toekomst meer aan regeneratie doen?

welke lap wordt afgebeeld en benoem de verschillende zichtbare lagen
myofibroblast
in welke heelfase gebeurt wondcontractie
exogene factoren die wondheling negatief beïnvloeden
hoe kunnen we in de toekomst aan regeneratie doen?
welke greffe wordt er afgebeeld, wat is het gebruikelijke donorgebied, uit welke delen bestaat deze greffe?
hoe wordt cerebrale dood vastgesteld

Schoenaers;

– Waarom vasoconstrictoren in lokale anesthetica? Welke soorten? Bij welke mensen moet je er mee oppassen? Wat is het alternatief dan? Hoe ga je om met mensen die bisphosphonaten nemen of bestraling hebben gehad?
– Vochtige en droge alveolitis. Oorzaak, behandeling, evolutie….
– Praktische proef met de instrumenten. Vanalles aanduiden
– Lokale anesthetica: welke producten met hun eigenschappen en hun maximale dosis?
– Indicaties en contraindicaties voor extractie. Wat moet je doen bij kans op bacteriële endocarditis?

– tekening geven van de verschillende bezenuwingsgebieden in Onder en boven kaak, hoe grijpen we als tandarts hier op in om te verdoven? Stam en/of lokaal
– spix verdoving: verschillende technieken en bijhorende complicaties

2011

schoenaers:
lokale anesthetica: structuur, producten+uitleg, maximale dosis, toxicatie van procaine en derivaten

Delaere “vragen”
Alexis Carrel
wondcontractie
cyclosporines
classificatie en stagering van tumoren
2e graadsbrandwonden
Angiogenese
Spreiding van infectieuze processen
Full thickness greffe
Longtransplantatie
Regeneratie + schema
Split thickness greffe
Second set phenomenon
Huidlijnen van langer
Klinische tekenen hypovolemische shock
Hoe wondcontractie tegengaan?
Composite tissue allotransplantatie
Hematogene metastasering
Cytologische en histologische diagnose van kanker
Radiaallap
Littekenretractie en keloidvorming bij brandwonden
functionele activiteit vd kankercel,
Wondheling,
virussen als oorzaak van kanker,
Joseph Murray
techniek van de niertransplantatie
chirurgische palliatie bij kanker
hypovolemische shock
spreiding infectieuze processen

2013

– bespreek biofeedback
– onderzoek/diagnose van een myofasciaal probleem
– bespreek het slikproces: fases,…
– opbeetplaat: soorten/indicatie/klin & technische stappen/ opvolging
– bennet-beweging/shift en bennet-hoek + tekening
– hoe kan het registreren van de OK beweging in het frontale vlak helpen bij de diagnose van mondopeningsbeperking?
– articulator: wat+soorten / voordelen + beperkingen / waarvoor gebruikt

2011

– Het unilateraal knappend ATM: mechanisme, prognose, wat zeg je de patient, aanpak van het probleem
– verschil tussen crepitatie en knappen
– motorischen toestand van het trigeminaal systeem
-Bespreek klemmen en knarsen (oorzaken, gevolgen, therapie)
-Hoe kunnen bewegingen in het frontale vlak helpen bij de diagnose van mondopeningsbeperking?
– bespreek de neuronale banen en kernen in sensitisering van het trigeminaal systeem
– bespreek max occlusie en centrale occlusie. het verband hiertussen en het verband van de occlusie met gewrichtsproblemen.
– technieken om het gewricht zichtbaar te maken, voor en nadelen en voor wat het specifiek gebruikt wordt. (dus radiografie, MRI,…)
– hinder/stoornissen van het kaakgewricht: soorten, diagnose, behandeling
Eerste vraag was dezelfde.
2) Bespreek biofeedback en wanneer wordt het gebruikt?
3) Wat is het verschil tussen knappen en crepitatie? Hoe en wanneer?
‎1)bewegingen ih horizontale vlak
2)myafaSCiale pijn diagnose en bahandeling
3)stabilisatiesplint tgo repositiesplint: indicaties, functies, hoe keuze maken
1) het gewrichtskraakbeen van de condylus:
-samenstelligng
-bouw
-specifieke eigenschappen
2) dysfunctie van het kaakstelsel:
-hoe wordt deze gekarakteriseerd?
-welke symptomen worden nagekeken
-stellen van een diagnose enz ..
3) occlusie en kaakgewrichtsproblemen (hbp68 =p)
-verband?
-wanneer belangrijk bij etiologie van TMpijn/dysfunctie
-behandeling

2015

1. composietcementen: geef classificatie (3), samenstelling, verhardingsreactie(s), indicaties, en welk composietvulmateriaal lijkt het meest op composietcement en waarom?
2. Geef een morfologische beschrijving van het grensvlak van dentine bij de verschillende adhesieve systemen
3. Een patient wil zijn amalgaamrestauratie op tand 14 vervangen omwille van esthetiek, er zijn geen secundaire caries. Welk materiaal verkies je en waarom? Hoe zag de caviteitspreparatie eruit en hoe zal deze eruitzien voor je nieuwe materiaal? Geef de preparatietekeningen: occlusaal, mesiaal, MD doorsnede verticaal in het midden van de tand. Welk matrixsysteem verkies je en waarom?
4. ACTA schema
5. Dias:
– afbeelding van dentinetubuli met smeerlaag
– formule van gutta percha
– cariesdetector
– EM glazuur na adhesief systeem
– proximale chipping van de composietrestauratie, hoe ga je te werk?

1.Wat zijn de twee meest duurzame adhesieve systemen voor composiet ahv hun hechting aan dentine en glazuur. Wat is de optimale behandeling.
2.Begrippen:
-bulk fill
-10MDP
-MTA
-non-gamma2
-LED
3.kwadrant met preparaties en ge moest de vullingsprocedure en welk vullingsmateriaal je zou gebruiken geven
4.foto van een tand: diagnose, instrumenten, restauratiemateriaal, tekeningen van de preparatie (occlusaal, M-D doorsnede op de middellijn)
5.dia’s:
-halve hemisferen van sonicsys + indicaties
-foto samenstelling GI + samenstelling
-camphoroquinonemolecule + wat moet hieraan worden toegevoegd
-gutta percha voor in een pistool + welk materiaal moet hier nog bij gebruikt worden

2014

1. Bespreek de samenstelling, verhardingsreacties, indicaties en gebruiksaanwijzingen van de adhesieve cementen
2. Bespreek a.d.h.v. de AD-techniek de 2 beste technieken om composiet te hechten aan dentine en glazuur
3. Vergelijk de vormgeving v/d caviteitpreparaties van een klasse V voor amalgaam, composiet en glasionomeer in een tabel. Maak tekeningen van de preparaties in sagittale doorsnede (V-L)
4.Tabel van hoofdstuk 5 aanvullen

1.AD-concept adh van de 3 adhesieve systemen
2. Bulk fill tov layered fill,
3.Procedures: gwn klasse 5 en stappen uitleggen
4. Dia’s: amalgaanvijsel,
dermatitis,
silaankoppelingsfacor,
sonicsys
parapulpaire pinnen

2013

1. Bespreek de functie van het solvent (oplosmiddel) bij ets-en-spoel en zelf-ets adhesieven
2. Leg uit: Koppelingsfactor, dual-cure, non-gamma 2, 10-MDP, universeel composiet
3. Patiënt wil amalgaamvulling in 14 vervangen door esthetische redenen. a. Geef schematisch behandeling tot juist voor adhesieve procedure.
b. Geef preparatietekeningen occlusaal, mesiaal, verticale doorsnede M-D. c. Welk materiaal zou jij gebruiken om te vullen, en waarom?
d. Hoe kan je ervoor zorgen dat je een stevig contactpunt krijgt.
4. Schema van composieten (ACTA)
5. Dias:
a. Foto cervicale actieve caries: Geef 3 instrumenten om cariës te verwijderen en geef zijn voor- en nadelen.
b. Chemische formule Ca10 (PO)m(CO3)n(OH)2
c. Foto van aanbrengen ets 5% HF aan porselein (rode kleur)
d. Foto van gedemineraliseerd dentine
e. Preparaatcoupe: Wat wordt er hier gevormd en door wat?

1. Wat is de beste methode voor hechten aan zowel glazuur als dentine.
2. Vergelijk applicatie, hechting en verhardingsreactie van de 2 Glasionomeren.
3. Bespreek C-factor adhv een schema.
Patient wil composietvulling (op foto zag het er klasse 3 uit, door en door) vervangen wegens verkleuring. A. Geef preparatietekeningen B. welke afzondering en waarom. C. welk composiet gebruik je D. Geef schematisch de werkwijze vanaf de afzondering.
5 dias: GI door microscoop, Toestel om intensiteit halogeenlamp te meten, Cavit 3M ESPE, halve hemisfeer voor soniflex , USI techniek

2011

1. Is de stelling: Glasionomeren zijn zelfets adhesieven juist
2. Laagkrimpende composieten
3. Adhesieve cementen (voor indirecte)
1. ACTA klassificatie composieten,
2. adhesieve vullingsmaterialen: vulsstof, matrix, koppeling, verharding en kleefmechanischmen C factor, camphoroquinone, MTA, gamma 2, actief vs passief cementeren.
1-composietcement: componenten, verharding, classificatie… alles eigenlijk
2-vraag werd wel anders gesteld maar ging over de verschillende hybridelaagjes die je kan vormen (E&S, ZE en Gl dus gewoon uitleggen.)
3- schema van de cementen

slides:
IGlaskern in een Gl matrix
2een chemisch formule., (gutha denkik)
3een flesje gelabeled “coating”
4 amalgaam bolletjes.
5 sterk aangeetst glazuur, sferisch en vijlsel fragmentjes, de verschillende lagen (hybride enzo), Algenol, een of andere verpakking?!, een hallogeenlamp geleider, led lampje, shag carpet, een figuurtje uit hoofstuk l datje moest aanvullen ( welk sterker is, broos, taai,…) fototje van guttapercha, en schematje van ternaire composieten aanvullen peumans manieren om cervicaal af te zonderen, of je alganol bij composiet als onderlaag mag gebrj’xen. o.rm nt en wat dan beter is.

Peumans:
1. Tunnelpreparatie
2. met welke instrumenten kan ik een caviteit volledig perpareren
3. Ik moet een luchtbel bijwerken wat doe ik? (opruwen,etsen,spoelen, bondig)
4. Cariesdetector
5. Extra retentiemiddelen voor composiet
T13 met distaal een beetje caries en mesiaal recidief dat naar cervicaal gaat naast een oude vulling. De vulling komt tot dicht tegen de pulpa. enz.,
1)Een CST met een trauma van 2 mm af de glazuurrand, niet dicht tegen de pulpa, en een beperkt cariesletsel vestibulair in het cervicale derde, geef behandeling vanaf afzondering van de tand en geef ook de caviteitspreparatietekeningen.
2) Duid aan welke het minste glazuurdefecten geven: diamantboren, sono-erosieve instrumenten, airabrasion en laser
2c) Bespreek de polijsttechniek van amalgaam

2010

hoofdvragen:
-waarom kleven 1 staps adhesieven niet goed aan glazuur en dentine
-is er een universeel composiet? bespreek adhv het algemene schema van indeling van composieten
-Bespreek verschillende soorten conditioners + verschil met primer.
-Bespreek verschillende soorten composiet naargelang hun matrix en viscositeit.
-Amalgaamlegeringen + reacties
-Bespreek de zelf-adhesieve composieten
-Bespreek de verhardingsreactie van composiet versus GI
-Geef het schema van de adhesieve systemen (+ eventuele verdere onderverdelingen)
-Bespreek lichtpolymerisatie
-Optimaal kleefmechanisme aan zowel glazuur als dentine
-Dry vs wet bonding
-Klassificatie van composiet door vulstof, matrix en viscositeit
-bespreek de samenstelling, verhardingsreactie en indicaties van de 4 adhesieve vulmaterialen

Slides: (5 slides) HF behandeling, adhesieve restauratie front ‘filling’ mbv welk specifiek materiaal, materialen gebruikt bij kanaalbehandeling, formule lichtpolym-initiator, dentinebrug vorming, gutta percha, poly zuur monomeer, orale lichen planus, foto van geëtst glazuur, dentinetubuli met smeerprop, potje coating, vinger met allergie aan kunsthars, 3M cavit, usi, hema, halogeenlamp, curve camphoroquinone,…